Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak- en rolnummer 2208135/cv expl 13-6565)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven met producties;
- de memorie van antwoord met producties;
- de akte van [Automobielbedrijf] met producties;
- de antwoordakte van Crealestate.
3.De beoordeling
- In de maanden augustus, september en oktober 2011 hebben partijen met elkaar onderhandeld over een vorm van samenwerking in verband de realisering van het nieuwbouwplan ten behoeve van de onderneming van [Automobielbedrijf] . Partijen hadden voor ogen dat een deel van de nieuwbouw zou worden verhuurd aan een cliënt van Crealestate die op zoek was naar bedrijfsruimte, te weten [Groep] Groep B.V. (hierna: [Groep] ). In deze fase is (blijkens de producties 3 tot en met 6 bij MvG) tussen partijen onderhandeld over een gezamenlijke financiering van het project, al dan niet via een nieuw op te richten gezamenlijke B.V., alsmede over verhuur van een deel van de nieuwbouw aan [Groep] en de door [Automobielbedrijf] aan Crealestate te betalen vergoeding voor het aanbrengen van het contract met [Groep] . Deze onderhandelingen zijn door Crealestate op 25 oktober 2011 beëindigd (productie 6 MvG), met name omdat [Automobielbedrijf] , buiten Crealestate om, ook derden had benaderd voor de realisering van het project.
- Op initiatief van [Automobielbedrijf] heeft vervolgens op 31 oktober 2011 opnieuw een bespreking tussen partijen plaatsgevonden. Partijen zijn hierna weer met elkaar in onderhandeling getreden over de totstandkoming van een overeenkomst met de volgende elementen: