ECLI:NL:GHSHE:2015:4651
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- A.P. Zweers-van Vollenhoven
- R.R.M. de Moor
- A.J. Coster
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek tot toelating schuldsaneringsregeling wegens ontbreken minnelijk traject
Appellanten hebben bij de rechtbank verzocht om toepassing van de schuldsaneringsregeling, met een schuldenlast van bijna €1 miljoen. De rechtbank wees dit af omdat niet was voldaan aan de wettelijke eis van een minnelijk traject uitgevoerd door een erkende instantie of persoon, en omdat niet alle schuldeisers een buitengerechtelijke regeling was aangeboden.
In hoger beroep betoogden appellanten dat het minnelijk traject was gestart en overgedragen aan een advocaat, maar dat het faillissement door voormalige werknemers werd aangevraagd waardoor het traject werd beëindigd. Het hof oordeelde echter dat geen voldoende met redenen omklede verklaring was ingediend dat een minnelijk traject tevergeefs was geprobeerd, zoals vereist in artikel 285 lid 1 sub f Faillissementswet Pro.
Het hof benadrukte dat het feit dat een schuldeiser faillissement aanvroeg niet betekent dat een minnelijk aanbod kan worden achterwege gelaten. Ook de stelling dat de Belastingdienst niet wilde meewerken werd niet als voldoende onderbouwd geacht. Daarom verklaarde het hof appellanten niet-ontvankelijk in hun verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling.
Het hof ging niet inhoudelijk in op de vraag of appellanten te goeder trouw waren bij het ontstaan van de schulden, maar merkte op dat bij een ontvankelijkheid ook twijfel zou bestaan over de goede trouw vanwege de aard van de belastingschulden en het ontbreken van onderbouwing van andere schulden.
Het arrest vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart appellanten niet-ontvankelijk op andere gronden dan de rechtbank had gedaan.
Uitkomst: Verzoekers worden niet-ontvankelijk verklaard in hun verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling wegens het ontbreken van een volledig minnelijk traject.