In deze civiele procedure in hoger beroep staat een geschil centraal over een aanbesteding voor renovatie- en uitbreidingswerkzaamheden aan een gebouw van het College. [Bouw] Bouw B.V. betwist de gunning aan Aannemersbedrijf [Aannemersbedrijf] B.V. en vordert onder meer dat het werk aan haar wordt gegund of dat de aanbestedingsprocedure wordt afgebroken en heraanbesteed.
Het hof heeft in een eerder tussenarrest geoordeeld dat niet vaststaat of er een definitieve overeenkomst is gesloten tussen het College en [Aannemersbedrijf], noch of het werk reeds is opgeleverd. Beide partijen stellen nu dat de overeenkomst definitief is en dat het werk is afgerond, wat het hof aanleiding geeft om nadere informatie en een standpunt van [Bouw] Bouw te vragen.
De vermeerdering van eis door [Bouw] Bouw wordt door het hof afgewezen wegens strijd met de twee-conclusieregel en het ontbreken van nieuwe feiten die een afwijking rechtvaardigen. Het hof verbiedt het College en [Aannemersbedrijf] een antwoordakte te nemen en verwijst de zaak naar een rolzitting voor verdere behandeling.
Het arrest benadrukt het belang van een gezamenlijk feitelijk standpunt over de oplevering en sluit niet uit dat bij gebrek aan overeenstemming een bewijsopdracht volgt. De procedure wordt aangehouden om verdere beslissingen te kunnen nemen na ontvangst van de gevraagde informatie.