Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknr. 3165023, rolnr. CV EXPL 14-4999)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep met twee grieven en vermeerdering van eis;
- de memorie van antwoord.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Berf GmbH, een Duits beleggingsfonds, verkreeg op 1 november 2013 de eigendom van een appartement dat door [geïntimeerde] werd gehuurd. Berf GmbH trad daarmee in de positie van verhuurder. De huurder betaalde echter de huur vanaf december 2013 niet aan Berf GmbH en storneerde een automatische incasso.
Berf GmbH vorderde ontbinding van de huurovereenkomst en betaling van de huurachterstand. De kantonrechter wees deze vorderingen af wegens onvoldoende bewijs van eigendomsoverdracht. In hoger beroep stelde het hof vast dat Berf GmbH wel degelijk eigenaar en verhuurder was geworden, wat door de huurder niet werd betwist.
Het hof oordeelde dat de huurder ernstig tekort was geschoten door de huur niet te betalen en dat ontbinding van de huurovereenkomst gerechtvaardigd was. De huurder werd veroordeeld tot ontruiming, betaling van de huurachterstand, de wettelijke rente, toekomstige huur tot ontbinding en een gebruiksvergoeding tot ontruiming. Berf GmbH werd in de kosten van het hoger beroep veroordeeld omdat zij de procedure nodeloos had veroorzaakt.
Uitkomst: Het hof ontbindt de huurovereenkomst en veroordeelt de huurder tot ontruiming en betaling van huurachterstanden en rente.