Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
.
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De beoordeling
.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
De moeder heeft hoger beroep ingesteld tegen de beschikking van de rechtbank Limburg die haar verzoek tot herstel van het gezag over haar minderjarige kinderen en uitbreiding van de omgangsregeling afwees. De kinderen zijn sinds 2007 onder toezicht van een gecertificeerde instelling (GI) en sinds 2009 uit huis geplaatst, verblijvend in een gezinshuis sinds 2010. De moeder heeft beperkt omgangsrecht onder begeleiding.
De moeder betoogt dat de kinderen liever bij haar willen wonen en dat haar situatie is verbeterd, onder meer door een stabiele financiële situatie en het uit elkaar gaan van de ouders. Zij stelt dat de omgangsregeling te beperkt is en dat de kinderen emotioneel belast worden door de huidige situatie. De GI en de Raad voor de Kinderbescherming verklaren dat de kinderen zich goed ontwikkelen in het gezinshuis en dat de omgangsbezoeken emotioneel belastend zijn door de uitingen van ongenoegen van de moeder.
Het hof overweegt dat het belang van de kinderen voorop staat en dat het niet verantwoord is het gezag aan de moeder te herstellen. Ook acht het hof de omgangsregeling op dit moment passend, gezien de emotionele belasting voor de kinderen. Wel is de GI voornemens de begeleiding van de bezoeken over te dragen aan een onafhankelijke hulpverlener, wat mogelijk ruimte kan bieden voor toekomstige wijzigingen. Het hof bekrachtigt de bestreden beschikking van de rechtbank.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van de moeder tot herstel van het gezag en uitbreiding van de omgangsregeling af en bekrachtigt de beschikking van de rechtbank.