Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- de vrouw, bijgestaan door mr. Sijnesael;
- de man, bijgestaan door mr. De Jonge.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Partijen zijn op 19 september 2008 gehuwd en hebben geen kinderen samen. De rechtbank heeft bij beschikking van 3 september 2014 de echtscheiding uitgesproken en de man verplicht tot betaling van € 1.320,- bruto partneralimentatie per maand aan de vrouw. Beide partijen kwamen tegen deze beschikking in hoger beroep.
De vrouw vordert een hogere alimentatie wegens aanvullende behoefte en betwist dat zij een inkomen van € 900,- per maand kan verwerven. Het hof oordeelt dat zij dit niet voldoende heeft onderbouwd en gaat uit van het inkomen van € 900,-. De man verzoekt om beperking van zijn alimentatieplicht, aanvankelijk tot 1 maart 2018, later gewijzigd tot 6 februari 2019, de datum waarop de vrouw AOW-gerechtigd wordt.
Het hof overweegt dat de wettelijke termijn voor alimentatie na een huwelijk van meer dan vijf jaar twaalf jaar bedraagt, maar dat deze termijn kan worden verkort bij goede motivering. Gezien het feit dat het huwelijk minder dan vijf jaar feitelijk heeft geduurd, geen kinderen zijn geboren, en de vrouw voorafgaand aan het huwelijk op bijstandsniveau leefde, acht het hof een verkorting van de termijn redelijk en billijk.
Daarom bepaalt het hof dat de alimentatieverplichting van de man eindigt op 5 februari 2019. De overige onderdelen van de beschikking worden bekrachtigd. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De partneralimentatieverplichting van de man wordt beperkt en eindigt op 5 februari 2019.