Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- de man, bijgestaan door mr. Van den Biggelaar;
- de vrouw, bijgestaan door mr. Poort-van der Meeren.
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg op 12 september 2014;
- het V-formulier met als bijlagen de producties 26 tot en met 49, van de advocaat van de man, ingekomen ter griffie op 30 oktober 2015;
- het V-formulier, met als bijlagen de producties 6 tot en met 25, alsmede een akte depot d.d. 2 november 2015, van de advocaat van de man, ingekomen ter griffie op 2 november 2015;
- het V-formulier met bijlage, van de advocaat van de vrouw, ingekomen ter griffie op 2 november 2015;
- het V-formulier met bijlage, van de advocaat van de man, ingekomen ter griffie op 3 november 2015;
- het V-formulier met als bijlagen de producties 50 en 51, van de advocaat van de man, ingekomen ter griffie op 5 november 2015
- het v-formulier, met als bijlagen de producties 7 tot en met 20, van de advocaat van de vrouw, ingekomen ter griffie op 6 november 2015;
- de door de advocaat van de vrouw ter zitting overgelegde pleitnotities;
- de door de man ter zitting overgelegde notitie.
3.De beoordeling
.
- welk inkomen had de man of kon hij zich in redelijkheid verschaffen uit zijn onderneming(en) ten tijde van het sluiten van het echtscheidingsconvenant medio 2011?
- welk inkomen had, dan wel heeft, de man in 2014, in 2015 en naar verwachting in 2016, althans welk inkomen kon, dan wel kan, de man zich naar redelijkheid uit zijn onderneming(en) in genoemde tijdvakken verschaffen en in welke vorm?