ECLI:NL:GHSHE:2015:5363

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
24 december 2015
Publicatiedatum
24 december 2015
Zaaknummer
F 200 172 906_01
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:441 lid 2 onder a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming voor schenking uit bewind om medische behandeling biologische vader te bekostigen

In deze civiele zaak gaat het om een hoger beroep tegen een beschikking van de rechtbank Limburg waarin een verzoek tot machtiging voor een schenking werd afgewezen. De bewindvoerder, tevens adoptievader van de rechthebbende, wilde uit diens vermogen een bedrag van €3.200 besteden aan een noodzakelijke medische behandeling van de biologische vader van de rechthebbende.

De rechtbank had dit verzoek afgewezen omdat het niet in het belang van de rechthebbende zou zijn. De bewindvoerder stelde in hoger beroep dat de rechthebbende ondanks zijn beperkingen begrijpt dat de schenking een levensbedreigende medische ingreep mogelijk maakt en dat het moreel juist en in zijn belang is om te helpen. De rechthebbende beschikt over voldoende financiële reserves en de kosten worden niet door een verzekering gedekt.

Het hof oordeelde dat het belang van de rechthebbende zich niet verzet tegen de schenking. De rechthebbende beseft het belang van de schenking en het welzijn van de rechthebbende zal erdoor worden bevorderd. Ook brengt de schenking de toekomstige verzorging van de rechthebbende niet in gevaar, gezien zijn spaargeld en inkomen. Daarom vernietigde het hof de beschikking van de rechtbank en verleende de gevraagde machtiging, uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De bewindvoerder wordt gemachtigd om een schenking van maximaal €3.200 uit het vermogen van de rechthebbende te doen voor de medische behandeling van diens biologische vader.

Uitspraak

GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht
Uitspraak: 17 december 2015, op schrift gesteld op 24 december 2015
Zaaknummer: 200.172.906/01
Zaaknummer eerste aanleg: 4022959 RV VERZ 15-5159
in de zaak in hoger beroep van:
[appellant],
wonende te [woonplaats] ,
appellant,
hierna te noemen: de bewindvoerder,
advocaat: mr. M.J. Drost.
Als belanghebbende in deze zaak wordt aangemerkt:
de heer [belanghebbende] (hierna te noemen: de rechthebbende).

1.Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst naar de beschikking van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, van 10 april 2015.

2.Het geding in hoger beroep

2.1.
Bij beroepschrift met producties, ingekomen ter griffie op 3 juli 2015, heeft de bewindvoerder verzocht, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, voormelde beschikking te vernietigen en, opnieuw rechtdoende, een eenmalige machtiging te verlenen voor een uitgave van maximaal € 3.200,- uit het vermogen van de rechthebbende om een medische behandeling van diens biologische vader te bekostigen, althans voor een uitgave die het hof juist acht.
2.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 17 december 2015. Bij die gelegenheid zijn gehoord:
  • de bewindvoerder, bijgestaan door mr. Drost;
  • de rechthebbende.

3.De beoordeling

3.1.
De rechthebbende is geboren op [geboortedatum] 1993. De bewindvoerder is de adoptievader van de rechthebbende.
3.2.
Bij beschikking van 14 februari 2012 heeft de rechtbank Roermond, sector kanton - voor zover thans van belang - een bewind ingesteld over de goederen van de rechthebbende en de adoptievader tot bewindvoerder benoemd.
3.3.
Bij de bestreden beschikking heeft de rechtbank het verzoek van de bewindvoerder tot het verlenen van een machtiging om ten laste van het vermogen van de rechthebbende een bedrag van € 3.200,- te betalen voor een operatie en voor de kosten van opname in het ziekenhuis ten behoeve van de biologische vader van de rechthebbende, afgewezen. De kantonrechter heeft daarbij overwogen dat het verlenen van de machtiging niet in het belang van de rechthebbende is.
3.4.
De bewindvoerder kan zich met deze beslissing niet verenigen en hij is hiervan in hoger beroep gekomen.
3.5.
De bewindvoerder voert - kort samengevat - het volgende aan. De rechtbank heeft ten onrechte overwogen dat het verlenen van de verzochte machtiging niet in het belang van de rechthebbende is. Ondanks zijn beperkingen begrijpt de rechthebbende dat zijn biologische vader, die in Indonesië woont, ernstig en levensbedreigend ziek is. Het is moreel juist en in het belang van de rechthebbende dat hij zijn biologische vader kan helpen door hem uit zijn vermogen eenmalig een bedrag te schenken voor een noodzakelijke medische ingreep, die op korte termijn dient plaats te vinden. De rechthebbende heeft ruim voldoende financiële reserves om deze schenking te doen. De biologische vader heeft de middelen niet. Evenmin worden de kosten van de noodzakelijke operatie door enige verzekering of anderszins gedekt.
3.6.
Het hof overweegt het volgende.
3.6.1.
Op grond van artikel 1:441 lid 2 onder Pro a van het Burgerlijk Wetboek behoeft de bewindvoerder voor het doen van een beschikkingsdaad, zoals de onderhavige schenking, toestemming van de rechthebbende of, indien deze daartoe niet in staat is, machtiging van de kantonrechter.
3.6.2.
Het hof is, anders dan de kantonrechter, niet gebleken dat de belangen van de rechthebbende zich verzetten tegen de inwilliging van het verzoek van de bewindvoerder. Het hof neemt hierbij het volgende in overweging. Ter zitting heeft het hof de indruk gekregen dat de rechthebbende ondanks zijn beperkingen beseft dat het met het door hem geschonken geld een voor zijn biologische vader noodzakelijke medische ingreep mogelijk wordt gemaakt en dat dit voor de rechthebbende belangrijk is. Het komt het hof dan ook voor dat het kunnen doen van de gevraagde schenking ten behoeve van zijn biologische vader het welzijn van de rechthebbende ten goede zal komen. Voorts is het hof niet gebleken dat het verlenen van de machtiging de financiële positie van de rechthebbende in het kader van zijn toekomstige verzorging in gevaar brengt. Uit de stukken blijkt dat de rechthebbende een bedrag van bijna € 20.000,- aan spaargeld heeft. Ter zitting is gebleken dat de rechthebbende een inkomen heeft van ongeveer € 900,- per maand. Uit dit inkomen worden de lopende zorgkosten van de rechthebbende voldaan. Daarnaast wordt van dit inkomen maandelijks een zodanig bedrag ten behoeve van de rechthebbende gespaard dat zijn spaargeld na het doen van de verzochte schenking binnen een afzienbare termijn zal zijn aangevuld tot het oude niveau. Gelet op het voorgaande zal het hof - na vernietiging van de bestreden beschikking - aan de bewindvoerder de verzochte machtiging verlenen.

4.De beslissing

Het hof:
vernietigt de beschikking van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, van 10 april 2015,
en opnieuw rechtdoende:
machtigt de bewindvoerder om met een bedrag van maximaal € 3.200,- uit het vermogen van de rechthebbende een medische behandeling van diens biologische vader te bekostigen;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mrs. E.A.M. Scheij, C.A.R.M. van Leuven en H.J. Witkamp, in het openbaar uitgesproken op 17 december 2015 en op schrift gesteld op 24 december 2015.