Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- de bewindvoerder, bijgestaan door mr. Drost;
- de rechthebbende.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze civiele zaak gaat het om een hoger beroep tegen een beschikking van de rechtbank Limburg waarin een verzoek tot machtiging voor een schenking werd afgewezen. De bewindvoerder, tevens adoptievader van de rechthebbende, wilde uit diens vermogen een bedrag van €3.200 besteden aan een noodzakelijke medische behandeling van de biologische vader van de rechthebbende.
De rechtbank had dit verzoek afgewezen omdat het niet in het belang van de rechthebbende zou zijn. De bewindvoerder stelde in hoger beroep dat de rechthebbende ondanks zijn beperkingen begrijpt dat de schenking een levensbedreigende medische ingreep mogelijk maakt en dat het moreel juist en in zijn belang is om te helpen. De rechthebbende beschikt over voldoende financiële reserves en de kosten worden niet door een verzekering gedekt.
Het hof oordeelde dat het belang van de rechthebbende zich niet verzet tegen de schenking. De rechthebbende beseft het belang van de schenking en het welzijn van de rechthebbende zal erdoor worden bevorderd. Ook brengt de schenking de toekomstige verzorging van de rechthebbende niet in gevaar, gezien zijn spaargeld en inkomen. Daarom vernietigde het hof de beschikking van de rechtbank en verleende de gevraagde machtiging, uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De bewindvoerder wordt gemachtigd om een schenking van maximaal €3.200 uit het vermogen van de rechthebbende te doen voor de medische behandeling van diens biologische vader.