Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknr. C/02/298948 / KG ZA 15-274)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven met producties;
- de memorie van antwoord;
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze civiele zaak gaat het om een geschil tussen een uitzendbureau en een betonbouwbedrijf, waarbij het betonbouwbedrijf een contactverbod vordert tegen het uitzendbureau en diens bestuurder na beëindiging van hun samenwerking. De partijen hadden eerder een vaststellingsovereenkomst gesloten die het geschil beëindigde, maar het uitzendbureau stelt dat het betonbouwbedrijf onrechtmatige mededelingen heeft verspreid die reputatieschade veroorzaken.
De voorzieningenrechter had een contactverbod van zes maanden opgelegd, maar het hoger beroep richt zich op de vraag of dit verbod terecht is en of het spoedeisend belang ontbreekt. Het uitzendbureau betwist dat sprake is van stalking of intimidatie en stelt dat het contact slechts beperkt was en gericht op het herstellen van de integriteit.
Het hof oordeelt dat het hoger beroep ontvankelijk is vanwege het belang bij proceskosten en acht het onzeker of een uitspraak recht doet aan de belangen van partijen. Daarom gelast het hof een comparitie van partijen om nadere inlichtingen te verkrijgen en te onderzoeken of een minnelijke regeling mogelijk is. De verdere beslissing wordt aangehouden.
Uitkomst: Het hof gelast een comparitie van partijen en houdt verdere beslissing aan.