Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Onderzoek ter zitting
Beslissing
bevestigtde uitspraak van de Rechtbank.
Gronden
cassatie is gericht.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Belanghebbende deed aangifte inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (IB/PVV) 2010 met een belastbaar inkomen van € 2.836, waarbij een restant persoonsgebonden aftrek van € 3.233 van de echtgenoot werd meegenomen. De echtgenoot had deze aftrek reeds in 2008 toegepast en de aanslag staat onherroepelijk vast. Het Hof oordeelt dat belanghebbende ten onrechte deze aftrek nogmaals heeft toegepast.
Belanghebbende verzocht tevens om kwijtschelding van de aanslag 2010 en uitstel van betaling. Het Hof stelt zich onbevoegd uit hoofde van de Algemene wet bestuursrecht en de Invorderingswet 1990 over deze verzoeken te oordelen. Ook het bezwaar van belanghebbende dat de hoorplicht zou zijn geschonden wordt verworpen, omdat zij voldoende gelegenheid had haar bezwaar mondeling toe te lichten.
De uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant wordt door het Hof bevestigd. Er worden geen proceskosten toegekend en het griffierecht wordt niet vergoed. Tegen deze uitspraak staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het Hof bevestigt dat belanghebbende ten onrechte persoonsgebonden aftrek toepaste en verklaart zich onbevoegd over verzoeken tot kwijtschelding en uitstel van betaling.