ECLI:NL:GHSHE:2015:649
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- B.A. Meulenbroek
- M.G.W.M. Stienissen
- J.H.C. Schouten
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over schriftelijkheidsvereiste rentepercentage in geldleningsovereenkomst
Financiering Maatschappij Zuid-Holland C.V. vordert in hoger beroep betaling van een geldlening van €522.447,62 plus rente en kosten van twee broers die hoofdelijk aansprakelijk zijn. De leningsovereenkomst is schriftelijk vastgelegd, maar bevat geen expliciet rentepercentage. De rechtbank wees de vordering in eerste aanleg af wegens onvoldoende onderbouwing.
In hoger beroep wijzigde Finmij haar eis en stelde een rentepercentage van 9,157% per jaar, maar de geïntimeerden betwisten dat dit rentepercentage schriftelijk is overeengekomen. Het hof stelt vast dat volgens artikel 7A:1804 BW de rente schriftelijk moet zijn vastgelegd en dat bij ontbreken daarvan artikel 7A:1805 BW van toepassing is, waardoor de wettelijke rente geldt.
Het hof geeft Finmij de gelegenheid om zich schriftelijk uit te laten over de schriftelijke vastlegging van het rentepercentage en houdt de verdere beslissing aan. De zaak wordt verwezen naar een latere rolzitting voor nadere aktewisseling. Dit arrest is gewezen door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 3 maart 2015.
Uitkomst: Het hof houdt de zaak aan voor nadere schriftelijke toelichting over de schriftelijke vastlegging van het rentepercentage.