Uitspraak
s-HERTOGENBOSCH
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
De zaak betreft het hoger beroep van de moeder tegen de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van haar dochter bij pleegouders. De rechtbank Limburg had de machtiging tot uithuisplaatsing verlengd tot 16 november 2014, waarna het hof deze beschikking beoordeelde.
De moeder betwistte de rechtmatigheid van de uithuisplaatsing en voerde aan dat het onderzoek van het Ambulatorium onvoldoende was en dat zij zelf in staat was haar dochter een stabiele opvoeding te bieden. Zij stelde dat de hechting met de pleegouders niet volledig was en dat terugplaatsing zo spoedig mogelijk moest plaatsvinden.
Het hof oordeelde dat het Ambulatorium een uitgebreid en zorgvuldig onderzoek had verricht en dat de uithuisplaatsing noodzakelijk was, zowel voor het onderzoek naar de geestelijke en lichamelijke gesteldheid van de minderjarige als in het belang van haar verzorging en opvoeding. De moeder kon de opvoeding die de dochter nodig heeft niet bieden vanwege haar kwetsbaarheid en beperkte sensitiviteit. De pleegouders boden de dochter veiligheid en een vertrouwde omgeving.
Het hof verwierp de grieven van de moeder en bekrachtigde de bestreden beschikking. Het verzoek van de moeder om de stichting te veroordelen in de proceskosten werd afgewezen.
Uitkomst: De machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige bij de pleegouders wordt verlengd en de bestreden beschikking wordt bekrachtigd.