Uit het ontbonden huwelijk van partijen zijn twee minderjarige kinderen geboren die bij de vrouw verblijven. De rechtbank had bepaald dat de man €150 per kind per maand aan kinderalimentatie moest betalen, maar deze beschikking is gewijzigd naar nihil vanwege de gewijzigde omstandigheden.
De vrouw kwam in hoger beroep tegen de nihil vaststelling voor het jongste kind, stellende dat de man draagkracht heeft en een minimumbijdrage moet betalen. De man betoogde dat hij sinds 2009 geen draagkracht heeft gehad, eerst werkloos was, daarna een beperkt inkomen als ZZP'er had en vanaf 2013 een bijstandsuitkering ontvangt.
Het hof oordeelde dat de man inderdaad geen draagkracht heeft om alimentatie te betalen, ook niet de minimumbijdrage van €25 per maand. De vrouw heeft de ontvangen en via het LBIO verhaalde bijdragen besteed aan de verzorging en opvoeding van de kinderen en is zelf ook aangewezen op een Wwb-uitkering, waardoor zij niet verplicht is deze bedragen terug te betalen.
Daarom bekrachtigt het hof de beschikking van de rechtbank en bepaalt dat de vrouw de ontvangen onderhoudsbijdragen niet hoeft terug te betalen aan de man.