ECLI:NL:GHSHE:2015:942

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
17 maart 2015
Publicatiedatum
17 maart 2015
Zaaknummer
HD200.155.265_01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 62b Wet op de rechterlijke organisatieArtikel 4 Zaaksverdelingsreglement gerechtshof ’s-Hertogenbosch
Verwijzingen
6 uitgaand · 4 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwijzing civiele zaak naar gerechtshof Den Haag wegens betrokkenheid medewerker

In deze civiele zaak tussen onderlinge verzekeringsmaatschappij ZLM en Hippo Zorg B.V. heeft het gerechtshof 's-Hertogenbosch besloten de zaak door te verwijzen naar het gerechtshof Den Haag. Deze beslissing volgt op grond van artikel 62b van de Wet op de rechterlijke organisatie en artikel 4 van Pro het Zaaksverdelingsreglement van het gerechtshof 's-Hertogenbosch.

De aanleiding voor de verwijzing is dat een adviseur van een partij een echtgenote heeft die als raadsheer werkzaam is bij de civiele afdeling van het gerechtshof 's-Hertogenbosch. Om belangenverstrengeling en schijn van partijdigheid te voorkomen, acht het hof behandeling door een ander gerechtshof wenselijk.

De procedure omvatte de gebruikelijke stukken in hoger beroep, waaronder de dagvaarding, memorie van grieven en memorie van antwoord. Het hof heeft de zaak in de stand waarin zij zich bevindt doorverwezen zonder inhoudelijke beoordeling van de zaak.

De uitspraak is gedaan door mrs. Venhuizen, Antens en Stienissen en in het openbaar uitgesproken op 17 maart 2015. Hiermee wordt de integriteit van het gerecht gewaarborgd door het vermijden van mogelijke belangenconflicten.

Uitkomst: De zaak is door het gerechtshof 's-Hertogenbosch verwezen naar het gerechtshof Den Haag ter verdere behandeling vanwege betrokkenheid van een medewerker.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Afdeling civiel recht
zaaknummer HD 200.155.265/01
arrest van 17 maart 2015
in de zaak van
onderlinge verzekering maatschappij ZLM u.a.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
appellante in principaal appel,
geïntimeerde in incidenteel appel,
advocaat: mr. J.C. van den Dries te Goes,
tegen
Hippo Zorg B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
geïntimeerde in principaal appel,
appellante in incidenteel appel,
advocaat: mr. D.J.P. van Barneveld te Arnhem,
op het bij exploot van dagvaarding van 27 juni 2014 ingeleide hoger beroep van de vonnissen van de rechtbank ’s-Hertogenbosch respectievelijk rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch, van 5 april 2012 en 2 april 2014, waarvan het eerste vonnis mondeling is gewezen en is vastgelegd bij proces-verbaal van comparitie, gehouden op 5 april 2012 en het tweede vonnis schriftelijk is gewezen, tussen principaal appellante – ZLM – als eiseres, en principaal geïntimeerde – Hippo Zorg – als gedaagde.
1. Het geding in eerste aanleg (zaaknummer 214470 / HA ZA 10-1544 en zaaknummer C/01/214470 / HA ZA 10-1544)
Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormelde vonnissen.

2.Het geding in hoger beroep

Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding in hoger beroep;
  • de memorie van grieven;
  • de memorie van antwoord tevens memorie van grieven in incidenteel appel;
  • de antwoordmemorie in incidenteel appel.
Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald.

3.De motivering

3.1.
Op grond van artikel 62b van de Wet op de rechterlijke organisatie kan het gerechtshof een zaak ter verdere behandeling verwijzen naar een ander gerechtshof, indien naar zijn oordeel door betrokkenheid van het gerechtshof behandeling van die zaak door een ander gerechtshof gewenst is.
3.2.
Het hof heeft geconstateerd dat bij één der partijen in deze zaak als adviseur is betrokken, een persoon wiens echtgenote werkzaam is als raadsheer bij de civiele afdeling van dit hof. Gelet op deze betrokkenheid acht het hof behandeling van de onderhavige zaak door een ander gerechtshof gewenst.
3.3.
Het hof zal beslissen overeenkomstig het bepaalde in artikel 4 van Pro het Zaaksverdelingsreglement gerechtshof ’s-Hertogenbosch (Stcrt 2013, 565), dat luidt:
“Zaken waarbij eigen medewerkers zijn betrokken worden, conform het ‘Protocol rechtszaak medewerker of naaste’ van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, verwezen naar het gerechtshof Den Haag.”

4.De beslissing

Het hof:
verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt naar het gerechtshof Den Haag ter verdere behandeling.
Dit arrest is gewezen door mrs. S.M.A.M. Venhuizen, C.N.M. Antens en M.G.W.M. Stienissen en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 17 maart 2015.
griffier rolraadsheer