Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
5.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 12 januari 2016;
- het H-formulier van [appellant] van 9 februari 2016.
6.De verdere beoordeling
- [beheer] Beheer heeft als productie 3 bij de conclusie van antwoord een op 30 september 2007 gedateerde cessieakte in het geding gebracht. In deze cessieakte is een zekere [verkoper] aangeduid als verkoper, Jema Holding BV als koper en [appellant] als schuldenaar. In deze akte staat onder meer, kort samengevat, dat [verkoper] een vordering heeft op [appellant] ten bedrage van € 62.000,-- ter zake door Micro BV geleverde diensten en/of verrichte werkzaamheden, dat [verkoper] deze vordering heeft verkregen door een akte van cessie van 19 december 2006, dat [verkoper] deze vordering op 30 september 2007 aan Jema Holding BV heeft verkocht, dat [verkoper] de vordering daarom aan Jema Holding BV overdraagt voor een prijs van € 12.000,--, dat [appellant] de hoogte van de schuld en de overdracht van de schuld naar Jema Holding BV erkent en dat Jema Holding BV door deze akte een vordering heeft op [appellant] van € 62.000,--. De akte is ondertekend door de heer [bestuurder van beheer B.V.] (namens Jema Holding BV), door de heer [verkoper] en door [appellant] .
- Op 16 november 2009 heeft [appellant] € 4.500,-- overgemaakt naar de bankrekening van [beheer] Beheer onder vermelding van: “Zoals besproken tbv aankoop goederen BT”.
- Op 18 november 2009 heeft [appellant] € 25.000,-- overgemaakt naar de bankrekening van [beheer] Beheer onder vermelding van: “zoals besproken”.
- Op 19 november 2009 heeft [beheer] Beheer € 25.000,-- overgemaakt naar de bankrekening van Jema Holding B.V. (hierna: Jema) onder vermelding van: “Overboeking”.
- Volgens rechtsoverweging 2.3 van het beroepen vonnis heeft [appellant] op 19 november 2009 € 25.000,-- overgemaakt naar de bankrekening van Jema Holding B.V. (hierna: Jema) onder vermelding van: “zoals besproken, 18.11.2009”. Een bankafschrift met betrekking tot deze overboeking bevindt zich niet bij de processtukken.
- Destijds was de heer [bestuurder van beheer B.V.] bestuurder van [beheer] Beheer. Tevens voerde hij een administratiekantoor onder de naam [accountants] Accountants en was hij 50% aandeelhouder van Jema Holding BV.
- [accountants] Accountants heeft in het verleden werkzaamheden verricht voor de door [appellant] gedreven eenmanszaak (een uitgeverij). Het hof begrijpt uit de conclusie van antwoord dat [accountants] Accountants een maatschap is waarvan de heer [mede-eigenaar en directeur van maatschap accountants] mede-eigenaar en directeur is.
- De heer [bestuurder van beheer B.V.] is op 6 maart 2013 overleden. Momenteel is de echtgenote van [bestuurder van beheer B.V.] , mevr. [echtgenote van directeur van beheer B.V.] , directeur en enig aandeelhoudster van [beheer] Beheer.
- Bij e-mail van 22 oktober 2013 heeft de advocaat van [appellant] het volgende meegedeeld aan [beheer] Beheer:
- een hoofdsom van € 29.500,--, vermeerderd met de wettelijke rente over dat bedrag met ingang van 29 oktober 2013;
- € 1.070,-- aan buitengerechtelijke kosten, vermeerderd met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf de dag van de inleidende dagvaarding, zijnde 4 december 2013;
- Er is niet komen vast te staan dat de door [appellant] gestelde overeenkomsten van geldlening zijn gesloten en dat de op 16 en 18 november 2009 door [appellant] verrichte overboekingen het aan [beheer] Beheer ter leen verstrekken van geld betroffen (rov. 4.3).
- De betalingen door [appellant] aan [beheer] Beheer van 16 en 18 november 2009 hebben onverschuldigd plaatsgevonden (rov 4.4).
- [appellant] had ten tijde van die betalingen een schuld aan Jema Holding BV van € 62.000,-- (rov. 4.5).
- Omdat Jema Holding BV de bedragen die [beheer] Beheer van [appellant] heeft ontvangen en aan Jema Holding BV heeft doorbetaald, in mindering heeft gebracht op haar vordering op [appellant] , heeft [appellant] onvoldoende belang in de zin van artikel 3:303 BW Pro bij zijn vordering tegen [beheer] Beheer. Het maakt immers voor de vermogensposities van de betrokken partijen geen verschil of [appellant] zijn schuld aan Jema Holding BV rechtstreeks voldoet of dat dit door een (onbevoegde) doorbetaling via [beheer] Beheer is geschied. De onderhavige vordering van [appellant] tegen [beheer] Beheer moet dus worden afgewezen vanwege het ontbreken van voldoende belang (rov. 4.6).
- dat zij het bedrag van € 4.500,-- dat [appellant] op 16 november 2009 aan haar heeft overgemaakt, nog in 2009 aan Jema Holding BV heeft doorbetaald teneinde het in mindering te laten strekken op een schuld van [appellant] aan Jema Holding BV;
- dat de overboeking van € 25.000,-- door haar aan Jema Holding BV van 19 november 2009, een doorbetaling van het op 18 november 2009 door haar van [appellant] ontvangen bedrag betrof, teneinde het in mindering te laten strekken op een schuld van [appellant] aan Jema Holding BV;
- dat [appellant] medio november 2009 een schuld had aan Jema Holding BV van minimaal € 29.500,--.
7.De uitspraak
- dat zij het bedrag van € 4.500,-- dat [appellant] op 16 november 2009 aan haar heeft overgemaakt, nog in 2009 aan Jema Holding BV heeft doorbetaald teneinde het in mindering te laten strekken op een schuld van [appellant] aan Jema Holding BV;
- dat de overboeking van € 25.000,-- door haar aan Jema Holding BV van 19 november 2009, een doorbetaling van het op 18 november 2009 door haar van [appellant] ontvangen bedrag betrof, teneinde het in mindering te laten strekken op een schuld van [appellant] aan Jema Holding BV;
- dat [appellant] medio november 2009 een schuld had aan Jema Holding BV van minimaal € 29.500,--.