Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[appellante] ,wonende te [woonplaats] ,
[appellant] ,wonende te [woonplaats] ,
9.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 16 juni 2015;
- het proces-verbaal van de enquête van 2 september 2015;
- de memorie na enquête van [geïntimeerde] ;
- de memorie na enquête van [appellante] .
10.De verdere beoordeling
en 9geen vormbomen zijn (rov 4.13 slot) en dat voor de overige bomen (waaronder dus 10) deze kwalificatie niet van belang is. Hierbij verwees het hof naar het vonnis van de rechtbank van 9 november 2011.
en 10,en geoordeeld dat deze bomen (nog) geen vormbomen waren. Het arrest van 24 maart 2015 dient aldus verbeterd gelezen te worden dat de bomen
8 en 10geen vormbomen zijn.
11.De uitspraak
1, 2, 6, 11, 13(vormbomen) en
3, 4, 5, 7, 12, 14, 15(vorderingen verjaard);
a, b, cen de coniferen
8, 9, 10;