ECLI:NL:GHSHE:2016:1196
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- B.A. Meulenbroek
- M.G.W.M. Stienissen
- Th.J.A. Kleijngeld
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vorderingen huurder wegens onvoldoende onderbouwing gebreken woonwagenstandplaats
De huurder, die sinds 2004 een standplaats voor een woonwagen huurt, klaagde over verzakkingen van het straatwerk en stankoverlast in de woonwagen. Zij stelde dat de verhuurder aansprakelijk was voor gebreken aan de standplaats en de gevolgen daarvan, waaronder schade aan de woonwagen en onbruikbare verwarming.
De verhuurder voerde aan adequaat te hebben gereageerd door diverse onderzoeken en herstelwerkzaamheden te laten uitvoeren, waaruit bleek dat de standplaats geen gebreken vertoonde. De kantonrechter wees de vorderingen van de huurder af, omdat onvoldoende feiten waren gesteld die aansprakelijkheid van de verhuurder konden onderbouwen.
In hoger beroep handhaafde de huurder haar vorderingen, maar kon zij niet aantonen dat er na september 2012 sprake was van verzakkingen die aan de verhuurder toe te rekenen waren. De onderzoeksrapporten toonden aan dat de problemen te wijten waren aan de wijze waarop de huurder zelf voorzieningen had aangebracht. Het hof concludeerde dat de huurder onvoldoende onderbouwing had geleverd voor haar stellingen en verwierp haar grieven.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter, veroordeelde de huurder in de kosten van het hoger beroep en wees het meer of anders gevorderde af.
Uitkomst: Het hof wijst de vorderingen van de huurder af wegens onvoldoende onderbouwing van gebreken en aansprakelijkheid van de verhuurder.