Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[Beheer] Beheer BV,gevestigd te [vestigingsplaats 1] ,
Jumbo Supermarkten BV,gevestigd te [vestigingsplaats 1] ,
Jumbo Distributiecentrum BV,gevestigd te [vestigingsplaats 1] ,
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknr. C/01/266986/ HA ZA 13-592)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven;
- de memorie van antwoord, tevens memorie van grieven in incidenteel appel en wijziging van eis;
- de memorie van antwoord in incidenteel appel en verzoek tot wijziging van eis;
- het pleidooi, waarbij partijen pleitnotities hebben overgelegd.
3.De beoordeling
dat door die nieuwbouw situaties zijn ontstaan waaromtrent partijen nadere regelingen zijn overeengekomen;
VESTIGING OPSTALRECHT
thans aan Hoofddiep[ [geïntimeerde] , hof]
het zakelijk recht van opstal (..), inhoudende de bevoegdheid tot het hebben van twee luifels en twee automatische schuifdeuren aan respectievelijk de noord-west en de zuid-west zijde van de passage alsmede tot het hebben van alle werken van Hoofddiep die zich bevinden in, op of boven het oude gedeelte;
VESTIGING KWALITATIEVE VERPLICHTINGEN
5. Dat de (reclame)borden die zijn of worden aangebracht boven de entree’s van de passage geen ander logo mogen dragen dan die van de belangenvereniging [winkelcentrum] ”
als opgenomen op pagina 5 van de akte van 4 maart 1993 onder de punten 1,2 en 3” nietig is en dat [geïntimeerde] gerechtigd is haar eigendom in het winkelcentrum [winkelcentrum] te verhuren aan een supermarkt. Zij veroordeelde [appellanten] aan [geïntimeerde] alle schade te vergoeden die [geïntimeerde] reeds heeft geleden en/of nog zal lijden, nader op te maken bij staat, met veroordeling van [appellanten] in de proceskosten.
als opgenomen op pagina 5 van de akte van 4 maart 1993 onder de punten 1,2 en 3 nietig is”. De rechtbank heeft deze vordering toegewezen. In de memorie van grieven (nr 4) stellen [appellanten] dat [geïntimeerde] zich echter op het standpunt zou stellen dat
“(enkel) de (..) verplichting (neergelegd in akte op pagina 5 en pagina 6 onder de randnummers 1, 2 en (deels) 5 (ennietzoals de rechtbank (..) abusievelijk vaststelt, in de akte op pagina 5, onder de punten 1,2 en 3)”nietig is.
alle schade te vergoeden die [geïntimeerde] reeds heeft geleden en/of nog zal lijden”, nader op te maken bij staat. Hieronder valt ook de eventuele schade die na het vonnis in eerste aanleg zou zijn ontstaan. Deze grief faalt eveneens.
een overeenkomst tussen een onderneming die eigenaar of beheerder is van een winkelcentrum en een in dat winkelcentrum gevestigde of zich vestigende andere onderneming, die strekt tot het beperken van de toelating tot dat winkelcentrum van ondernemingen die rechtstreeks gelijke of gelijksoortige goederen of diensten aan eindgebruikers plegen aan te bieden als reeds in het winkelcentrum gevestigde of zich vestigende ondernemingen”. Uit de Nota van toelichting bij het Besluit (p. 3) kan worden opgemaakt dat een branchebeschermingsovereenkomst ertoe strekt de mededinging te beperken en in het algemeen onder het verbod van art. 6 Mw Pro valt.