ECLI:NL:GHSHE:2016:1235
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen ondertoezichtstelling minderjarige kinderen wegens vermeende ontwikkelingsbedreiging
In deze zaak is de ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen door de rechtbank Zeeland-West-Brabant aangevochten door de moeder in hoger beroep. De moeder betwist dat er sprake is van een ernstige bedreiging van de ontwikkeling van de kinderen en voert aan dat de omgangsregeling goed verloopt en dat de communicatie tussen de ouders respectvol is.
De Raad voor de Kinderbescherming en de Stichting Bureau Jeugdzorg Noord-Brabant (GI) stellen dat er wel degelijk sprake is van een ontwikkelingsbedreiging, mede door de slechte communicatie tussen de ouders en de noodzaak van gedwongen hulpverlening om de situatie te verbeteren. De vader erkent dat de communicatie beperkt is, maar benadrukt dat de omgangsregeling redelijk verloopt en dat de ondertoezichtstelling nodig is om afspraken te faciliteren.
Het hof oordeelt dat de communicatie tussen de ouders inmiddels constructief en respectvol verloopt en dat de omgangsregeling zonder noemenswaardige problemen functioneert. De eerder geconstateerde ontwikkelingsbedreiging is naar het oordeel van het hof voorlopig afgewend. Het hof vertrouwt erop dat de ouders het traject Expeditie Scheiding vrijwillig voortzetten en wijst het verzoek tot ondertoezichtstelling af, terwijl het voor de periode tot aan deze uitspraak wel bekrachtigd blijft.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot ondertoezichtstelling af en vernietigt de beschikking van de rechtbank.