Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het verdere verloop van de procedure
2.De verdere beoordeling
- In 1999 een Spaarzekerhypotheek ten bedrage van € 181.512,09 met daaraan gekoppeld een kapitaalverzekering die op 7 maart 2008 een waarde van € 11.907,12 vertegenwoordigde. De premie voor deze kapitaalverzekering is uit overgespaard inkomen voldaan.
- In de loop der jaren, vijf leningen van in totaal € 198.000,-. Ten behoeve van vier leningen (in totaal € 183.000,-) is hypothecaire zekerheid verleend op de echtelijke woning en de hiervoor genoemde percelen [perceel sectienummer 1] en [perceel sectienummer 2] .
In de dagvaarding is een schuld, door de vrouw bij haar ouders aangegaan bij aankoop van de woning, genoemd; die schuld betrekken we niet bij de verrekening.”
Naar aanleiding van ons onderhoud van 2 juli j.l. deel ik u mede dat de afwikkeling van de verkoop van de grond aan de Gemeente Middelburg als volgt zal plaatsvinden:
en niet met te verrekenen inkomen)in een privégoed, de echtelijke woning, geïnvesteerd, zodat sprake is van een vergoedingsrecht. In beginsel heeft de man slechts recht op nominale vergoeding, tenzij zulks naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. De rechtbank heeft overwogen dat gesteld noch gebleken is dat van een onaanvaardbaarheid sprake is, waarbij meespeelt dat de aflossing slechts ziet op een gedeelte van het in de echtelijke woning geïnvesteerde bedrag en de man niet duidelijk heeft gemaakt dat juist na de verbouwing, gefinancierd met deze afbetaalde lening, een aanzienlijke waardevermeerdering heeft plaatsgevonden.