Uitspraak
GERECHTSHOF ‘s-HERTOGENBOSCH
1.[de vennootschap] ,
[appellant 2],
[appellante 3],
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze civiele procedure heeft het gerechtshof 's-Hertogenbosch het hoger beroep behandeld van een vennootschap tegen Horecabemiddeling V.O.F. De vennootschap had het griffierecht niet binnen de wettelijke termijn van vier weken na het aanbrengen van de zaak voldaan, wat in beginsel leidt tot ontslag van instantie. De vennootschap betoogde dat de betaling tijdig was verricht, omdat zij een creditnota had ontvangen waardoor het te betalen bedrag was verlaagd en dat zij op basis daarvan de betaling binnen de gestelde termijn had voldaan.
Het hof heeft vastgesteld dat de griffierechtenadministratie een betaling op 25 januari 2016 registreerde, wat na de uiterste termijn van 12 januari 2016 was. Hoewel het hof niet kon verifiëren dat de griffie had medegedeeld dat de creditnota kon worden afgewacht, achtte het hof de omstandigheden zodanig dat toepassing van de hardheidsclausule gerechtvaardigd was. De vennootschap had binnen 14 dagen na ontvangst van de aanmaning betaald en de oorspronkelijke onduidelijkheid over het bedrag en de termijn leidde tot een onbillijkheid van overwegende aard.
Het hof besloot daarom af te zien van ontslag van instantie en verwees de zaak naar de rol voor het nemen van de memorie van grieven. Hiermee werd de procedure voortgezet ondanks de te late betaling van het griffierecht.
Uitkomst: Het hof past de hardheidsclausule toe en wijst ontslag van instantie af ondanks te late betaling van griffierecht.