Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 3338484/317)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven;
- de memorie van antwoord met producties;
- de akte van Sint Joseph;
- de antwoordakte van [geïntimeerde] .
3.De beoordeling
2. De feitende volgende feiten vastgesteld.
mogelijkegevolgen die een ontbinding van de huurovereenkomst zou hebben. Het hof hecht op dit punt evenwel waarde aan de verklaring van de deskundigen. Zij hebben [geïntimeerde] immers in behandeling en kunnen dus verklaren over haar psychiatrische ziekte en de achtergrond daarvan. Ook heeft blijkens hun verklaring reeds de dreiging van ontruiming negatieve gevolgen gehad en moeten de deskundigen op basis van hun ervaringen met [geïntimeerde] geacht worden een goede inschatting te kunnen maken van de gevolgen als ontruiming zou plaatsvinden. Voorts is van belang dat het in het kader van dit hoger beroep geactualiseerde informatie betreft (nadat zij eerder een verklaring met dezelfde strekking hadden opgesteld – zie productie 8 bij de inleidende dagvaarding). Het hof is in het licht van het voorgaande van oordeel dat Sint Joseph de verklaring van [sociaal psychiatrisch verpleegkundige] en [psychiater] onvoldoende gemotiveerd heeft weersproken.