Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het verloop van de procedure
- de memorie van grieven waarbij 13 grieven zijn voorgedragen en producties zijn overgelegd;
- de memorie van antwoord waarbij producties zijn overgelegd;
- de door [appellant] genomen akte rectificatie;
- de door [appellant] genomen akte
- de door Mercedes c.s. genomen antwoordakte.
, 504103 CV EXPL 12-5091(zaak 2)
en 505819 CV EXPL 12-5255(zaak 3)
3.De gronden van het hoger beroep
4.De beoordeling
). Besproken is of er eventuele interesse is om de derde verdieping terug te huren. Na aangegeven te hebben dat er geen interesse is, wordt er over de bankgaranties gesproken. Ook hier bestaat geen consensus over, waarnaar Dhr. [appellant] het voorstel doet om het te laten rusten indien we de derde verdieping zouden terug huren. Hier wordt wederom niet op ingegaan en die discussie komt zo tot een eind. Verder wordt er over de servicekosten gesproken, waar onduidelijkheden oer waren en nog steeds zijn.”
)
van het vonnis van 14 mei 2014 onder zaaknummer 505819 CV EXPL 12-5255 (…) gewezen tussen appellant als eiser en geïntimeerden als gedaagden”. Onder het hoofd “teneinde” in zijn dagvaarding heeft hij echter geconcludeerd dat het hof “
het vonnis op 14 mei 2014 onder zaaknummer 505819 CV EXPL 12-5255 (…) zal vernietigen”.Gelet op de samenhang tussen de conventie en de reconventie, zo heeft de kantonrechter ter zake de reconventie inhoudelijk niet meer overwogen dan “Nu in conventie is overwogen dat de huurovereenkomsten met de brief van 22 maart 2011 rechtsgeldig zijn opgezegd, ligt de gevorderde verklaring voor recht voor toewijzing gereed.”, moet het er voor worden gehouden dat [appellant] hoger beroep heeft ingesteld tegen het vonnis van 14 mei 2014 onder zaaknummer 505819 CV EXPL 12-5255 voor zover gewezen in conventie en in reconventie. Het hof overweegt nog dat onder meer grief 1 en grief 4 betrekking hebben op het vonnis voor zover gewezen in reconventie.
“(…) een huurvrije periode (…) van maar liefst 2 jaar, welke (…) kan ingaan (…) op 1 juli 2011 (…)”. Uit een en ander moet worden afgeleid dat [appellant] begreep dat de opzeggingsbrief inderdaad geschreven was namens Mercedes c.s. Indien dit anders zou zijn is immers niet begrijpelijk dat het voor [appellant] “als een paal boven water kan staan” dat Mercedes c.s. vereerd zou zijn met een substantieel financieel aanbod. De opzeggingsbrief bevat verder niets waaruit kan worden opgemaakt dat de opzegging voor niet geschreven kan worden gehouden indien [appellant] een substantieel aanbod doet. Aldus kan de brief niet anders worden uitgelegd dan als een opzegging. Gelet op de aanhef inhoudende “
opzegging huurovereenkomsten met betrekking tot [adres 1] (blok V), [adres 2] (blok 4) en [adres 3] (“in between”)”en de vermelding
“Daimler AG, in de stukken ook genoemd Daimler-Benz AG of Daimler-Chrysler AG te [vestigingsplaats 2] alsmede Mercedes-Benz Customer Assistance Center [woonplaats] N.V. te [woonplaats] ”is voldoende duidelijk dat het een opzegging betrof van de huur van de panden namens Mercedes c.s. De door [appellant] gestelde beweerdelijke taalkundige onvolkomenheden in die brief zijn niet zodanig dat de opzegging niet moet worden uitgelegd als een opzegging van de huurovereenkomsten ter zake de panden door Mercedes c.s. Indien [appellant] daaromtrent twijfels had of zelfs die opzegging niet serieus wenste te nemen, had van hem als goed verhuurder verwacht mogen worden dat hij contact zou opnemen met Mercedes c.s. teneinde hen om duidelijkheid te vragen. De stellingen van [appellant] dat een opzegging nauw luistert en dat in de opzeggingsbrief ook nog handtekeningen van bevoegde vertegenwoordigers van Mercedes c.s. moeten staan en/of dat de brief ondertekend had moeten zijn door rechtsgeldige vertegenwoordigers van [Advocaten] Advocaten N.V., vinden geen steun in het recht.
in aanvulling op de reeds overgelegde producties voor het geval hij nader bewijs dient te leveren uitdrukkelijk bewijs (…) door alle middelen rechtens,” aangeboden. Daar waar hij concreet het feit dient te bewijzen dat een volmacht ontbrak, is het hof van oordeel dat dit aanbod te algemeen van aard is om nader op in te gaan. Dit geldt zeker gelet op de net genoemde producties 4 tot en met 7. Nadat die producties zijn overgelegd, heeft [appellant] daarop gereageerd, echter zonder enig nader bewijsaanbod te doen. Voor zover [appellant] dan ook al voldoende onderbouwd heeft gesteld dat er geen volmacht bestond, heeft hij van die stelling onvoldoende concreet bewijs aangeboden. Aldus kan het hof niet tot het oordeel komen dat de huur is opgezegd door een onbevoegde gevolmachtigde.