Uitspraak
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- de pleegmoeder, bijgestaan door haar advocaat;
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- de raad, vertegenwoordigd door mevrouw [vertegenwoordiger van de raad] ;
- de GI, vertegenwoordigd door mevrouw [vertegenwoordiger van de stichting 1] en mevrouw [vertegenwoordiger van de stichting 2] .
- de V-formulieren met bijlagen van de advocaat van de pleegmoeder van 10 februari 2016, 3 februari 2016, 26 februari 2016 en 29 februari 2016;
- het V-formulier met bijlagen van de advocaat van de moeder van 4 maart 2016.
3.De beoordeling
aanvaardbaar(toevoeging hof) te achten termijn, weer in staat zal zijn haar plicht tot verzorging en opvoeding te vervullen.
- op 23 november 2015 heeft [minderjarige] tegenover de nieuwe gezinsvoogd aangegeven dat ze bang is voor haar moeder en dat zij zich vertrouwd en veilig voelt bij de pleegmoeder. Zij beschouwt het huis van de pleegmoeder als haar thuis;
- op 24 november 2015 komt uit de speltherapie naar voren dat zij veel te kampen heeft gehad met angsten en dat zij veel last heeft van de spanningen tussen haar moeder en pleegmoeder. De moeder geeft echter aan dat zij geen gesprekken met de pleegmoeder wenst te voeren in het kader van systeemtherapie om hun communicatie te verbeteren;
- op 1 december 2015 belt de moeder op het laatste moment af, als de pleegmoeder en [minderjarige] al naar speltherapie onderweg zijn;
- op 27 december 2015 ontstond er tijdens een bezoekmoment van de moeder aan [minderjarige] strijd tussen de moeder en de pleegmoeder en zou de moeder, in het bijzijn van [minderjarige] , dreigend op de pleegmoeder afgekomen zijn. Na dit bezoek geeft de pleegmoeder aan dat zij [minderjarige] niet langer wil voorbereiden op contact met haar moeder, omdat zij [minderjarige] wil beschermen;
- op 12 januari 2016 gaat de moeder pas akkoord met hervatting van de speltherapie ten behoeve van [minderjarige] nadat aan haar een schriftelijke aanwijzing is gegeven;
- op 20 januari 2016 geeft de school aan dat er sprake is van een terugval bij [minderjarige] . De laatste twee maanden is zij vaak ziek en is zij minder geconcentreerd en taakgericht. [minderjarige] is in elkaar gezakt op school en was daarna een half uur niet aanspreekbaar;
- op 26 januari 2016 geeft psychologenpraktijk OOG aan dat de basisvoorwaarden voor speltherapie, zijnde stabiliteit en regelmaat, niet aanwezig zijn. Men wil systeemtherapie opstarten om de communicatie tussen de moeder en de pleegmoeder te verbeteren, maar omdat de moeder en de pleegmoeder voorafgaand hieraan ieder individueel een gesprek willen, loopt dit traject vertraging op;
- op 29 januari 2016 heeft [minderjarige] ten overstaan van de kinderarts (en het in bijzijn van de gezinsvoogd en de pleegmoeder) aangegeven last te hebben van hoofdpijn en duizelingen. De pleegmoeder geeft bij dit gesprek aan dat [minderjarige] ’s nachts in haar slaap actief is en dat zij last heeft van hartkloppingen. Er zal een slaaponderzoek bij [minderjarige] worden afgenomen. De GI merkt hierbij op dat de pleegmoeder tijdens dit gesprek in het bijzijn van [minderjarige] gedragingen van de moeder bespreekt die van negatieve invloed op [minderjarige] zijn;
- op 15 februari 2016 geeft [minderjarige] tegenover de pleegzorgwerker aan dat zij rust wil hebben, dat zij last heeft van herinneringen aan vroeger die boven komen en dat zij zich op school niet goed kan concentreren.