Appellanten en geïntimeerde sloten een koop- en aannemingsovereenkomst voor een appartement waarbij de keukenwand en ventilatiepunten werden verplaatst. Appellanten stelden dat de ventilatie-installatie gebreken vertoonde en niet voldeed aan contractuele en bouwkundige eisen, waaronder het Bouwbesluit 2003 en GIW/ISSO normen. Zij vorderden herstelkosten, derving van woongenot en incassokosten.
De kantonrechter wees de vorderingen af, oordelend dat de ventilatie conform afspraak was aangebracht en functioneerde. In hoger beroep voerden appellanten aan dat de ventilatiepunten niet correct waren aangesloten, onvoldoende capaciteit hadden en dat een elektriciteitsleiding onrechtmatig door een ventilatiekanaal was gelegd. Geïntimeerde betwistte tekortkoming en handhaafde dat installatie aan de eisen voldoet.
Het hof constateerde onduidelijkheden over de exacte afspraken en technische uitvoering, waaronder afwijkingen tussen tekeningen en realisatie. Het ontbrak aan volledige stukken over de toepasselijke GIW garantie- en waarborgregeling. Het hof besloot een comparitie en descente te gelasten, waarbij een raadsheer-commissaris het appartement en ventilatiesysteem zal bezichtigen. Tevens zal nader deskundigenonderzoek plaatsvinden om de kwaliteit en kosten van herstel te beoordelen.
De zaak werd aangehouden voor nadere beoordeling na deze onderzoeken en partijen worden opgeroepen tot het treffen van een minnelijke regeling. Het arrest werd uitgesproken op 26 april 2016 door het Gerechtshof 's-Hertogenbosch.