Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- te bepalen dat de bijdrage in het levensonderhoud van de vrouw wordt gesteld op nihil, althans op een bedrag dat het hof juist acht, met ingang van de datum van het verzoekschrift in eerste aanleg;
- te bepalen dat de grondslag voor de bijdrage in het levensonderhoud van de vrouw de huuropbrengst van het zakelijk onroerend goed is, exclusief de daarover door de huurder te betalen btw en door de man af te dragen btw;
- de vrouw te veroordelen aan de man terug te betalen 21% zijnde de btw-component, van de door haar ontvangen c.q. geïncasseerde bijdragen. Kosten rechtens.
- de man, bijgestaan door mr. Kolev;
- de vrouw, bijgestaan door mr. Hokken.
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg op 1 juni 2015;
- het V6-formulier met bijlagen ingediend door de advocaat van de man op 22 maart 2016;
- het V6-formulier met bijlagen ingediend door de advocaat van de vrouw op 24 maart 2016.