ECLI:NL:GHSHE:2016:2336
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep: schending aanwezigheidsrecht verdachte, zaak terugverwezen naar rechtbank
In hoger beroep is onderzocht of de behandeling in eerste aanleg rechtsgeldig was, waarbij verdachte niet aanwezig was tijdens de zitting. De verdediging stelde dat verdachte geen vrijwillige en ondubbelzinnige afstand had gedaan van zijn aanwezigheidsrecht, wat een fundamenteel beginsel betreft.
Het hof constateerde dat verdachte zich in isolatie bevond en weigerde mee te werken aan transport naar de zitting vanwege kledingvoorschriften. Er was geen schriftelijke verklaring van afstand van het aanwezigheidsrecht en de beschikbare informatie toonde geen vrijwillige afstand aan.
Gezien het belang van het aanwezigheidsrecht en artikel 6 EVRM Pro oordeelde het hof dat sprake was van een schending van dit recht. Daarom vernietigde het hof het vonnis, verklaarde de behandeling in eerste aanleg nietig en wees de zaak terug naar de rechtbank voor een nieuwe berechting.
De verdediging had expliciet verzocht om terugwijzing, wat het hof volgde gezien het fundamentele karakter van het aanwezigheidsrecht en het recht op berechting in twee feitelijke instanties.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis en wijst de zaak terug naar de rechtbank wegens schending van het aanwezigheidsrecht van verdachte.