ECLI:NL:GHSHE:2016:261
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep partneralimentatie na niet-wijzigingsbeding in vaststellingsovereenkomst
Partijen zijn in 1990 gehuwd en in 2002 gescheiden, waarbij zij in 2004 een vaststellingsovereenkomst sloten over partneralimentatie met een niet-wijzigingsbeding en een afbouwregeling tot 2013.
De vrouw verzocht in hoger beroep om partneralimentatie vanaf de datum van haar verzoek, stellende dat haar gezondheid en arbeidsmarktpositie waren verslechterd. De man betwistte dit en verwees naar het niet-wijzigingsbeding.
Het hof oordeelde dat de vrouw onvoldoende had gesteld om het niet-wijzigingsbeding te doorbreken, omdat zij niet aannemelijk had gemaakt dat sprake was van een volkomen wanverhouding volgens de jurisprudentie van de Hoge Raad. De zorg voor drie kinderen en de verslechterde situatie sinds 2012 boden onvoldoende grondslag.
Daarom werd het verzoek van de vrouw afgewezen en de beschikking van de rechtbank bekrachtigd. De proceskosten werden ieder voor eigen rekening gelaten.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot wijziging van partneralimentatie af en bekrachtigt de beschikking van de rechtbank.