Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De beoordeling
vrouw
.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Partijen zijn gehuwd in 1996 en hebben twee kinderen geboren in 2001 en 2006. Na echtscheiding is in 2012 een ouderschapsplan opgesteld met een alimentatiebijdrage van €75 per kind per maand. De rechtbank stelde in 2015 de bijdrage op nihil, wat de vrouw in hoger beroep aanvocht.
Het hof beoordeelde de behoefte van de kinderen en de draagkracht van partijen, waarbij het kindgebonden budget niet in mindering werd gebracht op de behoefte maar op de draagkracht van de vrouw. De draagkracht van de man werd vastgesteld op €294 per maand en die van de vrouw op €50 per maand. Met een zorgkorting van 15% en een tekortverdeling werd de bijdrage van de man vastgesteld op €124,35 per kind per maand vanaf 24 september 2015.
De man stelde dat de wijziging van de Wet Hervorming Kindregelingen geen grond voor herbeoordeling bood en dat de bijdrage niet met terugwerkende kracht moest ingaan. Het hof verwierp deze grieven en oordeelde dat de wet een relevante wijziging van omstandigheden vormt en dat de ingangsdatum van 24 september 2015 gehandhaafd blijft.
De beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 24 september 2015 wordt vernietigd en de beschikking van 11 mei 2012 gewijzigd. De alimentatie wordt vastgesteld conform de nieuwe berekening en de beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De man moet per 24 september 2015 €124,35 per kind per maand betalen aan kinderalimentatie, met aanpassing per 1 januari 2016.