Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of het gezamenlijk ouderlijk gezag over twee minderjarige kinderen kon worden beëindigd en exclusief aan de vader toegekend. De vader verzocht hiertoe omdat de moeder niet meewerkte aan noodzakelijke psychische hulp voor een van de kinderen en er sprake was van ernstige communicatieproblemen tussen ouders, die de belangen van de kinderen schaadden.
De rechtbank had het verzoek van de vader afgewezen, waarna hij in hoger beroep ging. Het hof nam kennis van de standpunten van beide ouders en de Raad voor de Kinderbescherming, die het verzoek van de vader ondersteunde. Het hof stelde vast dat de moeder onvoldoende in staat was rationele beslissingen te nemen en dat de situatie leidde tot onaanvaardbare spanningen voor de kinderen.
Op grond van artikel 1:253n BW oordeelde het hof dat wijziging van het gezag in het belang van de kinderen noodzakelijk was. Het gezamenlijk gezag werd beëindigd en het gezag exclusief aan de vader toegekend. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de griffier werd verzocht het centraal gezagsregister te informeren.
Uitkomst: Het ouderlijk gezag over de minderjarige kinderen wordt exclusief aan de vader toegekend.