Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknr. 3771925 \ CV EXPL 15-447)
2.Het geding in hoger beroep
3.De gronden van het hoger beroep
4.De beoordeling
vier personen aanwezig, (…).
Ik heb toen duidelijk gezegd tegen de heer [appellant] dat ikzelf niet precies wist waar de perceelsgrens daar ter plaatse gelegen was. Dat kwam door de familiaire achtergrond en de uitbouw van de tuin over de tijd heen”.[appellant] heeft geen bewijs aangeboden van die gestelde, maar door [geïntimeerde] dus betwiste, wetenschap omtrent de perceelsgrens, zodat het hof aan hetgeen [appellant] daaromtrent heeft gesteld voorbij gaat. Het hof gaat er daarom vanuit dat [geïntimeerde] ten tijde van de verkoop niet precies wist waar de kadastrale grens van het perceel liep.
niet bijzonderlijk(was)
aangelegd maar kennelijk (…) door herhaald en frequent gebruik, ontstaan”, hetgeen zich niet zonder meer verhoudt met een kaarsrecht lopende kadastrale grens
;
als je zo ruim woont, dan kan de exacte locatie van een perceelsgrens niet duidelijk worden aangegeven. Die grens moet hier ergens liggen (…)”;
(…) de perceelsgrens aan de orde(is)
gesteld, in de zin van “waar die precies lag”. Daarop kon mevrouw [getuige 2] geen duidelijk antwoord geven.”