Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[appellante 1] Onroerend Goed B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats 1] ,
[appellante 2] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats 2] ,
[appellante 3] B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats 2] ,
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/02/221958/HA ZA 10-1351)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven, met producties 43 tot en met 51;
- de memorie van antwoord tevens houdende voorwaardelijk incidenteel appel,
- de memorie van antwoord in incidenteel appel, met producties 52 en 53;
- de akte in voorwaardelijk incidenteel appel van [geïntimeerde] ;
- de antwoordakte van [appellante 2] .
3.De beoordeling
high-speed brandstofpompen, gebaseerd op een zogeheten
pers-systeem.
“ 08 Compensator eiland. De product leiding middels een compensator aan te sluiten op de breek-koppeling. De compensator wordt geleverd niet een prochind-stuk met laseinden (PN10). Leverancier BOA Nederland BV te [vestigingsplaats 3] . Specificatie volgens bijlage. (…) ”
Terrecosaneringsaanpak.
dat de heer [vertegenwoordiger BOA 1] van BOA Nederland BV de bouwlocatie heeft bezocht, geconstateerd heeft dat de aangebrachte spiraalvormige SUPRA compensatoren ongeschikt waren voor het high-speedsysteem, dit vervolgens heeft meegedeeld aan [geïntimeerde] en over is gegaan tot uitlevering van parallel gevormde PNR-leidingen ter vervanging van de reeds gemonteerde SUPRA compensatoren.
bij het aangaan of het uitvoeren van de overeenkomstkende of redelijkerwijs behoorde te kennen, zoals voor de toepasselijkheid van artikel 7:754 BW Pro is vereist. [geïntimeerde] heeft dat in haar reactie op de grieven met kracht bestreden. Daargelaten dat zij gemotiveerd betwist dat de toegepaste compensatoren ongeschikt waren (zie hiervoor rov. 3.11), heeft zij erop gewezen dat er voor haar geen enkele aanleiding was om aan te nemen dat deze compensatoren ongeschikt waren, nu deze geadviseerd en geleverd waren door de voorgeschreven leverancier, BOA, en volgens de van de leverancier ontvangen brochure voldeden aan alle in het bestek vermelde specificaties. Ook heeft [geïntimeerde] gesteld dat de uitgebreide controle ten aanzien van de leidingen (onder andere gelet op de regels voor toestellen onder druk) van het tankstation [geïntimeerde] geen enkele reden gaf om aan te nemen dat de compensatoren ongeschikt waren. Het hof heeft geen aanleiding om aan de juistheid van deze stelling te twijfelen. Ook door KIWA zijn wat dat betreft geen bijzonderheden gemeld; het pompstation is in gebruik genomen nadat was vastgesteld dat de gehele installatie aan de eisen voldeed (zie rov. 3.1.4).