Uitspraak
10.Het tussenarrest van 19 januari 2016
11.Het geding in hoger beroep
- voornoemd arrest van 19 januari 2016;
- het proces-verbaal van getuigenverhoor van 13 april 2016;
- de gelijkluidende memories na enquête van [Partij 2] in beide zaken.
12.De beoordeling in het principaal en incidenteel appel van beide zaken
) houdt mij voor mijn schriftelijke verklaring van 23 mei 2013 (productie 1 conclusie van antwoord [Partij 1] ). Ik blijf bij deze verklaring, maar ik wil deze wel nader verduidelijken.
“(…) omdat als [Partij 3] [Partij 2] niet zou betalen zij toch betalingen zouden ontvangen. (…) Daarom is (…) die akte van schuldoverneming opgemaakt. (…)”. [Partij 1] heeft onder meer verklaard dat hij na het tekenen van alle stukken wist dat hij iedere maand €1.083,-- moest betalen aan [Partij 2] . [Partij 3] mocht namelijk, aldus [Partij 1] verder, van de bank wel huishoudgeld uit de winkel halen, maar niet [Partij 2] aflossen. Daarmee ontzenuwt hij, ook met inachtneming van het feit dat op zijn verklaring art. 164 lid 2 Rv Pro niet geldt, de inhoud van de akte waarin is vermeld dat hij de schuld heeft overgenomen onvoldoende. In de verhouding tussen [Partij 2] en [Partij 1] had in elk geval [Partij 1] te gelden als debiteur. De vraag op welke wijze [Partij 1] en [Partij 3] onderling de draagplicht ter zake het bedrag van € 130.000,- zouden afwikkelen, regardeerde [Partij 2] niet. Aldus had de volledige transactie in elk geval als doel om [Partij 2] zoveel zekerheid te verstrekken als mogelijk was om er voor te zorgen dat zij de lening van € 130.000,- terugbetaald zou krijgen. Ook uit de hypotheekverstrekking door [Partij 1] aan [Partij 2] blijkt dat partijen in elk geval voor ogen hebben gehad om zoveel mogelijk zekerheid aan [Partij 2] te geven zodat zij het uitgeleende bedrag van € 130.000,- zou terug ontvangen. Het hof weegt hierbij ook mee hetgeen de getuige [getuige 1] heeft verklaard ter zake “de dodemansknop”. De overeenkomst waarbij [Partij 1] de schuld van [Partij 3] overnam was reëel in de verhouding tussen [Partij 2] en [Partij 1] , maar, zo begrijpt het hof de verklaring van [getuige 1] , die dodemansknop zou ervoor zorgen dat ook [Partij 3] haar best zou doen om ervoor te zorgen dat het bedrag van € 130.000,- aan [Partij 2] zou worden terugbetaald. Bezien in het licht van het feit dat [Partij 2] zoveel mogelijk zekerheid diende te krijgen, past ook dat [Partij 1] haar een hypotheekrecht heeft gegeven. Aldus moet het er in de verhouding tussen alleen [Partij 1] en [Partij 2] voor worden gehouden dat [Partij 1] inderdaad de schuld heeft overgenomen.