Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
[vestigingsplaats],
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen een naheffingsaanslag, boete en heffingsrente over de periode 1999-2001. Na het uitblijven van een beslissing op bezwaar, stelde zij beroep in bij de rechtbank, dat niet-ontvankelijk werd verklaard wegens te late indiening. Het verzet tegen deze uitspraak werd ongegrond verklaard. Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in, dat niet-ontvankelijk werd verklaard vanwege te late indiening.
Daarna verzocht belanghebbende het hof haar beroep tegen de weigering van de inspecteur om te beslissen op bezwaar in behandeling te nemen. Het hof stelde vast dat het beroep feitelijk gericht was tegen een uitspraak op verzet, waartegen geen hoger beroep bij het hof openstaat volgens de Awb. Het hof verklaarde zich daarom onbevoegd.
Het hof wees ook op het feit dat belanghebbende reeds cassatie had ingesteld bij de Hoge Raad en dat het hof het verzoek niet doorzond. De overige inhoudelijke vragen van belanghebbende werden niet behandeld vanwege de onbevoegdheid van het hof.
Ten slotte oordeelde het hof dat geen vergoeding van griffierecht of proceskosten aan belanghebbende toekomt.
Uitkomst: Het hof verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep en wijst het beroep af.