Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg op 17 augustus 2015;
- de brief met bijlagen van de GI d.d. 24 december 2015.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
De zaak betreft het hoger beroep van de vader tegen de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van zijn minderjarige kind. De minderjarige is sinds juli 2013 uit huis geplaatst en verblijft in een pleeggezin. De vader heeft een positieve ontwikkeling doorgemaakt en stelt dat hij inmiddels in staat is de zorg voor het kind op zich te nemen.
De gecertificeerde instelling (GI) voert aan dat de vader een persoonlijkheidsstoornis heeft met antisociale en narcistische kenmerken, en dat hij onvoorspelbaar is in zijn houding. De opvoeding van de minderjarige is intensief vanwege haar zorgelijk gedrag, waarvoor een GGZ-onderzoek is gestart.
Het hof oordeelt dat ondanks de positieve ontwikkelingen bij de vader, de verlenging van de machtiging noodzakelijk blijft. De hulpverlening en het lopende GGZ-onderzoek zijn belangrijk voor het welzijn van de minderjarige. Het verzoek tot aanhouding wordt afgewezen en de beschikking van de rechtbank wordt bekrachtigd.
Uitkomst: De verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige wordt bekrachtigd.