Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
[handelsnaam],
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze civiele procedure heeft appellant een verzoek ingediend tot verbetering en aanvulling van het arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 28 juni 2016. Het verzoek betrof onder meer de vraag of het hof wettelijke rente had toegewezen op grond van artikel 6:119 BW Pro dan wel artikel 119a BW, alsmede opmerkingen over de proceskostenveroordeling en de begroting van de advocaatkosten.
Het hof heeft overwogen dat het verzoek niet kan worden toegewezen. De wettelijke rente is conform het petitum toegewezen zonder nadere specificatie, en het hof heeft geen fouten gemaakt in de zin van artikelen 31 en 32 Rv. Daarnaast is niet gevorderd tot terugbetaling van eventueel reeds betaalde bedragen, zodat het hof zich terecht niet heeft uitgelaten over proceskosten van de eerste aanleg.
Verder heeft het hof toegelicht dat de advocaatkosten zijn begroot op basis van de toegewezen hoofdsom en dat de discretionaire bevoegdheid van het hof ter zake van de proceskostenveroordeling niet ter discussie staat. Het verzoek tot verbetering en aanvulling is daarom afgewezen.
Dit arrest is op 11 oktober 2016 in het openbaar uitgesproken door het gerechtshof 's-Hertogenbosch, sector civiel recht.
Uitkomst: Het verzoek tot verbetering en aanvulling van het arrest is afgewezen.