Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.B.V. Algemene Beleggingsmaatschappij Reigerdaal ,
ING Verzekeringen N.V.,
Nationale Nederlanden Levensverzekeringmaatschappij N.V,
Nationale Nederlanden Schadeverzekeringmaatschappij N.V.,
ING Insurance Services N.V., voorheen genaamd
Nationale Nederlanden Zorgverzekering N.V.,
6.Het verloop van de procedure
- voornoemd arrest van 22 maart 2016;
- het proces-verbaal van getuigenverhoor van 29 juni 2016 waaruit blijkt dat twee getuigen zijn gehoord.
7.De beoordeling
Medio 2005 zijn de gesprekken begonnen over de door mijn holding gewenste financiering voor de overname van de aandelen in [Assurantiekantoor] B.V.. Ik denk dat ergens in het voorjaar van 2005 het eerste oriënterende gesprek hierover heeft plaatsgevonden. Dat gesprek was met [getuige] , mijn contactpersoon bij Nationale Nederlanden. Ik denk dat ook [vertegenwoordiger NN] , werkzaam bij Nationale Nederlanden financiële diensten, erbij was, maar ik weet dat niet zeker. Voorafgaand aan het ondertekenen van de geldleningsovereenkomst heb ik alleen maar in persoon besprekingen gevoerd met [getuige] . In die periode was er wel mailverkeer tussen mij en een medewerker van de financiële dienst van Nationale Nederlanden, ik weet niet meer hoe die medewerker heet. Naar mijn weten hebben er voorafgaande aan het tekenen van de geldleningsovereenkomst geen persoonlijke besprekingen plaatsgevonden waarbij zowel ik, [getuige] en de medewerker van de financiële dienst aanwezig waren. Nationale Nederlanden wilde de geldlening verstrekken, maar omdat er onvoldoende zekerheden waren voor die geldlening moest ik ook in privé een zekerheid verlenen voor een bedrag van €50.000,-. Die zekerheid heb ik verstrekt in de vorm van een hypotheek op mijn woning. Deze privé zekerheidstelling heb ik destijds in persoon besproken met [getuige] en telefonisch met de medewerker van de financiële dienst, waarvan ik de naam, zoals gezegd, niet meer weet.