Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[geïntimeerde 1] ,
[geïntimeerde 2],
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/02/314724/KG ZA 16-263)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven met producties;
- de memorie van antwoord met producties.
3.De beoordeling
‘Op 25 februari 2016 heeft de gemeentelijk coördinator ongediertebestrijding van de gemeente [plaats] met uw toestemming uw woning geïnspecteerd. (…) Door deze medewerker is (…) geconstateerd dat de overlast van ratten wordt veroorzaakt door de vele aanwezige cavia’s en het voor deze dieren aanwezige voer. Als hier niets aan gedaan wordt, zal na de bestrijding van de ratten het probleem weer terugkomen. Tevens heeft hij geconstateerd dat de ratten ook aanwezig waren in het naastgelegen pand [adres 1] .(…)Daarnaast heeft een medewerker van de Gemeenschappelijke Geneeskundige Dienst (GGD) controle uitgevoerd, deze heeft geconstateerd dat er geen scheiding meer is van mens en dier in uw woning en de naastgelegen woning [adres 1] . De ratten lopen door beide huizen en vreten zich door de plafonds. De aanwezigheid van deze ratten en tevens de aanwezigheid van de, als gevolg van de reeds ingezette bestrijding, dode ratten leveren schade op voor de volksgezondheid.(…)Uit de hierboven opgesomde constateringen blijkt dat door aanwezigheid van 33 cavia’s in de woning in open hokken en de aanwezigheid van het voer voor deze knaagdieren een rattenplaag in uw woning en de naastgelegen woning [adres 1] is ontstaan.’f) De Gemeente heeft [appellante] opgedragen om voor een bepaalde termijn de in het besluit genoemde maatregelen te treffen teneinde de overtreding te beëindigen.
24 maart 2016.
ondervindt ernstige overlast van de vanuit de woning van [appellante] veroorzaakte rattenplaag. Hij leeft voortdurend in de stank van de ontlasting van een grote hoeveelheid knaagdieren en van dode (rottende) ratten, die zich bevinden op de plafonds en tussen de wanden van zijn woning. Inmiddels is ook sprake van veel overlast door vliegen. Behalve overlast bestaat ook gevaar voor de gezondheid van [geïntimeerden] en zijn gezin.
‘onder voorbehoud’aanvoert, omdat haar niet bekend is hoe zal worden beslist op haar bezwaar tegen het besluit tot toepassing van bestuursdwang. [appellante] heeft het hof niet, op een later moment, in kennis gesteld van de uitkomst van de door haar gestarte bestuursrechtelijke procedure en van de (mogelijke) consequenties daarvan voor haar standpunt in de onderhavige procedure. Het hof zal ervan uitgaan dat [appellante] haar grieven thans zonder het gemaakte voorbehoud aanvoert.
alletot op heden door [appellante] te nemen maatregelen ook daadwerkelijk en volledig zijn gerealiseerd. Om dat vast te stellen, is een meer uitgebreid (deskundigen)onderzoek nodig, waarvoor in deze kort geding-procedure geen ruime bestaat.
Het hof is, met de voorzieningenrechter, van oordeel dat vanwege de ernst van de door [appellante] veroorzaakte overlast een prikkel op zijn plaats is om ervoor te zorgen dat [appellante] zich aan de veroordeling houdt, mede gelet op de omstandigheid dat eerder sprake is geweest van overlast door ratten en [appellante] zich toen niet (afdoende) aan de in verband daarmee gemaakte afspraken heeft gehouden.