Uitspraak
1.[appellant 1] ,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De beoordeling
Gelet hierop behoeft grief 1 derhalve in zoverre geen bespreking, nu deze grief als ingetrokken kan worden beschouwd.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Appellanten hebben bij de rechtbank verzocht om toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling, maar dit verzoek is afgewezen omdat niet aannemelijk was dat zij te goeder trouw waren ten aanzien van het ontstaan en onbetaald laten van hun schulden in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek. In hoger beroep betoogden zij dat zij wel te goeder trouw waren en dat hun bijzondere gezinssituatie en psychische beperkingen onvoldoende in aanmerking waren genomen.
Het hof heeft de feiten en omstandigheden onderzocht, waaronder het inkomen van circa € 3.700 netto per maand, de vaste lasten, en de periode waarin appellanten weinig tot niets spaarden voor schuldeisers. Hoewel appellanten recentelijk maatregelen hebben genomen om hun uitgaven te verlagen, acht het hof dit te laat en onvoldoende om nu al tot toelating over te gaan.
Het hof benadrukt dat toelating tot de schuldsaneringsregeling een gedragsmaatstaf vereist en dat misbruik moet worden voorkomen. Gezien de late positieve ontwikkelingen en het ontbreken van een stabiele situatie, is het verzoek afgewezen. Het hof geeft appellanten de aanbeveling om een beschermingsbewindvoerder te laten benoemen ter stabilisatie van hun financiële situatie en om na een substantiële periode een hernieuwd verzoek in te dienen.
Het vonnis van de rechtbank wordt bekrachtigd en het arrest is in het openbaar uitgesproken op 10 november 2016.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt niet toegewezen.