Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[geïntimeerde 1] ,wonende te [woonplaats] ,
[geïntimeerde 2]wonende te [woonplaats] ,
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 3473569/14-5795)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven;
- de memorie van antwoord.
3.De beoordeling
1 juli 2006 aan de werknemer regulier heeft betaald de werkgever de ANW-toeslag over vakantiedagen betaalt tot uiterlijk 1 juli 2008.
contra legem-situatie, aldus SHZ. Er is volgens SHZ dus geen ruimte voor interpretatie: de cao-bepaling is duidelijk en heeft tevens wettelijke status gekregen (zie onder meer bij grief 1).
“Voor zover de in dictum I opgenomen bepalingen strijdig zijn met bij of krachtens de wet gestelde of te stellen regelen, prevaleren deze regelen.”, waarbij met dictum I de cao-tekst zelf is bedoeld. De desbetreffende cao-bepaling mist in het geval deze strijdig is met de wet derhalve reeds op grond van de tekst van de algemeen verbindend verklaring zelf toepassing. De wettekst - in dit geval artikel 7:639 lid 1 BW Pro - dient dan ook zonder inkorting gevolgd te worden. Aldus – steeds – [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] .