Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/03/189140/HA ZA 14-140)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep ;
- de memorie van grieven met producties en eiswijziging;
- de memorie van antwoord in principaal appel, memorie van grieven in incidenteel appel met producties;
- de memorie van antwoord in incidenteel appel;
- de akte uitlating van [geïntimeerde] van 4 augustus 2015;
- de antwoordakte van [appellant] van 1 september 2015;
3.De beoordeling
- is vastgesteld dat er feitelijk sprake is van één heg, nu partijen hebben aangegeven de heg zo te onderhouden dat het naar uiterlijke verschijningsvorm om één heg gaat;
- aan salaris advocaat slechts één punt (tarief € 452,-) is toegekend;
- vast te stellen dat er ook feitelijk sprake is van twee heggen;
- [appellant] als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten te veroordelen, welke aan de zijde van [geïntimeerde] worden begroot op € 4.568,- te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over dit bedrag met ingang van de veertiende dag na betekening van dit arrest tot aan de dag der algehele betaling.