Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
[verdachte] ,
zij in of omstreeks de periode van 24 november 2011 tot en met 6 december 2011 in de gemeente Heerlen, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum slachtoffer] 1994) heeft/hebben geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest of opgenomen, met het oogmerk van uitbuiting van die [slachtoffer] , terwijl deze de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt
- aan die [slachtoffer] voorgesteld om te gaan werken als prostituee en/of
zij op of omstreeks 14 februari 2012 in de gemeente Heerlen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 91,58 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, en/of ongeveer 52 pillen, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, en/of ongeveer 150 milliliter, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende GHB, en/of ongeveer 3 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne, en/of ongeveer 3 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde amfetamine, en/of MDMA, en/of GHB, en/of heroïne, en/of cocaïne, (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.
zij in de periode van 26 november 2011 tot en met 6 december 2011 in Heerlen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum slachtoffer] 1994) heeft gehuisvest, met het oogmerk van uitbuiting van die [slachtoffer] , terwijl deze de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt
zij op 14 februari 2012 in de gemeente Heerlen, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 91,58 gram van een materiaal bevattende amfetamine, ongeveer 52 pillen van een materiaal bevattende MDMA, ongeveer 150 milliliter van een materiaal bevattende GHB, ongeveer 3 gram van een materiaal bevattende heroïne en ongeveer 3 gram van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde amfetamine, MDMA, GHB, heroïne en cocaïne, telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.
€ 35,00 van dat geld heeft ontvangen. Naar schatting gaat het daarbij om een bedrag van ongeveer € 60,00. De rest van het bedrag is naar de verdachte en haar mededader gegaan met wie zij een gemeenschappelijke huishouding voerde. Het hof stelt vast dat de afstand Heerlen-Kerkrade ongeveer 10 km is en dat de reiskosten, voor zover deze door [slachtoffer] zouden moeten worden vergoed, dus in redelijkheid nooit een bedrag van € 65,00 kunnen zijn geweest. Aldus kan wettig en overtuigend worden bewezen dat de verdachte in vereniging opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de seksuele handelingen van [slachtoffer] . Het verweer dienaangaande faalt.
mensenhandel, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigdepersonen.
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro C vanOpiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.
- de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd;
- het feit dat de verdachte en de medeverdachte een kwetsbaar meisje hebben gehuisvest met het oogmerk van seksuele uitbuiting, terwijl zij wisten dat het slachtoffer op dat moment geen ander verblijfadres had;
- het feit dat de verdachte en de medeverdachte ook toen zij er wetenschap van kregen dat het slachtoffer was weggelopen uit een gesloten jeugdinstelling, er desondanks voor gekozen hebben door te gaan met hun strafbaar en laakbaar handelen;
- zij misbruik hebben gemaakt van de kwetsbare situatie van het slachtoffer door haar drugs te verstrekken;
- het feit dat het slachtoffer minderjarig was ten tijde van het bewezen verklaarde en dat de verdachte en haar mededader zich daarvan zelfs bewust waren op het moment dat zij het slachtoffer voor prostitutie aanboden;
- de omstandigheid dat blijkens de intensieve correspondentie met potentiële klanten verdachte en haar mededader voornemens waren om het slachtoffer te exploiteren, aan welke uitbuitingssituatie enkel een einde is gekomen doordat de politie op 6 december 2011 het slachtoffer in de woning heeft aangetroffen;
- het beschamen van het door het slachtoffer in de verdachte en haar medeverdachte gestelde vertrouwen;
- de omstandigheid dat prostitutie op minderjarige leeftijd een grote aanslag vormt op de lichamelijke en psychische integriteit;
- de omstandigheid dat verdachte en haar medeverdachte een grote hoeveelheid aan verscheidene soorten harddrugs in hun woning aanwezig hebben gehad, welke stoffen schadelijk voor de gezondheid en sterk verslavend zijn.
- de inhoud van het uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 5 oktober 2016, betrekking hebbende op de verdachte, waaruit blijkt dat zij – weliswaar lang geleden – onherroepelijk voor een zedendelict met een minderjarige is veroordeeld;
- de omstandigheid dat de verdachte tijdens het onderzoek ter terechtzitting geen blijk heeft gegeven van inzicht in de onjuistheid van haar handelen;
- de lange tijd die de verdachte in onzekerheid heeft moeten leven over de uitkomst van deze strafzaak;
- de overige persoonlijke omstandigheden van de verdachte, voor zover daarvan ter terechtzitting is gebleken, waaronder begrepen het feit dat de verdachte werkloos is, geen inkomsten geniet en de zorg heeft voor twee kinderen.
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
24 (vierentwintig) maanden;
6 (zes) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;
€ 1.500,00 (zegge: duizend vijfhonderd euro) als vergoeding voor immateriële schade,bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
25 (vijfentwintig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft;
€ 1.500,00 (zegge: duizend vijfhonderd euro) ter zake van immateriële schadeen veroordeelt de verdachte die, evenals haar mededader, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de ander daarvan in zoverre zal zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij;
€ 41,00 (zegge: eenenveertig euro);