Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
5.Beslissing
bevestigtde uitspraak van de Rechtbank.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Belanghebbende exploiteerde een gastouderbureau en diende de aangifte inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over 2009 niet tijdig in. Na een boekenonderzoek corrigeerde de inspecteur de winst over het vierde kwartaal 2009 met €100.000 wegens het ontbreken van omzet in de administratie, wat leidde tot een aanslag van €151.299 belastbaar inkomen. Na bezwaar werd de aanslag verminderd tot €112.318 en de boete vernietigd.
De rechtbank stelde het belastbaar inkomen definitief vast op €95.451 en verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond. Het geschil in hoger beroep betrof uitsluitend de juistheid van de correctie van €100.000 omzet over het vierde kwartaal, waarvan 50% aan belanghebbende werd toegerekend. Belanghebbende stelde dat de omzet lager was en dat kosten en oninbare debiteuren niet waren meegenomen.
Het hof oordeelde dat belanghebbende niet overtuigend had aangetoond dat de aanslag onjuist was. De door haar verstrekte overzichten boden onvoldoende inzicht in de werkelijke omzet, en de stellingen over kosten en oninbare debiteuren waren niet onderbouwd. De schatting van de inspecteur werd als redelijk beoordeeld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.