Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
[naam 1] [verdachte] ,
- bepleit dat de verdachte van het onder 1. ten laste gelegde feit zal worden vrijgesproken, dan wel dat hij van een aantal van de onderhavige ‘trajecten’ zal worden vrijgesproken;
- bepleit dat de verdachte van het onder 2. ten laste gelegde feit zal worden vrijgesproken
- subsidiair – voor het geval het hof toch tot enige bewezenverklaring zou komen – bepleit dat zal worden volstaan met oplegging van een gevangenisstraf waarvan de duur niet langer is dan de tijd die de verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht;
- bepleit dat de voorlopige hechtenis van de verdachte zal worden opgeheven.
- als uitgangspunt voor zaken waarin de verdachte in voorlopige hechtenis verblijft, geldt dat de einduitspraak binnen 16 maanden na aanvang van vorenbedoelde termijn volgt;
- de regiezitting in hoger beroep pas ruim 9 maanden na het instellen van het hoger beroep heeft plaatsgevonden, te weten: in juli 2015;
- de inhoudelijke zitting pas in december 2016 heeft plaatsgevonden, terwijl de zaak reeds begin juni 2016 zittingsrijp was.
- de ernst van het bewezen verklaarde in de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd;
- de omstandigheid dat de verdachte zich met anderen, in een georganiseerd crimineel verband, heeft schuldig gemaakt aan het gedurende langere tijd vanuit Polen naar Nederland invoeren van grote partijen chemicaliën die waren bestemd voor de productie van (precursoren van) synthetische drugs, zoals amfetamine en MD(M)A;
- de omstandigheid dat het bewezenverklaarde in verband staat met de (zeer) grootschalige productie van harddrugs, kennelijk (mede) bedoeld voor de uitvoer naar Engeland en/of Noorwegen;
- de omstandigheid dat synthetische harddrugs, eenmaal in handen van gebruikers, grote gevaren voor de gezondheid van die gebruikers opleveren;
- de omstandigheid dat de productie van synthetische drugs schadelijk is voor het milieu vanwege de wijze waarop chemische afvalstoffen van dergelijke productieprocessen vaak illegaal worden afgevoerd in het openbare riool, dan wel middels lozingen in openbare wateren of dumping in de openbare ruimte;
- de omstandigheid dat verdachte slechts heeft gehandeld met het oog op persoonlijk financieel gewin; uit de inhoud van het procesdossier, in het bijzonder de weergaven van de OVC-gesprekken tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte 4] , kan worden opgemaakt dat de (mede) door verdachte geleide criminele organisatie een maandelijkse omzet genereerde van ongeveer € 150.000,00;
- de omstandigheid dat de internationale rechtsorde en de openbare orde door het bewezenverklaarde is geschonden;
- de leidinggevende en coördinerende rol van de verdachte binnen de onderhavige criminele organisatie zoals die uit de bewijsmiddelen naar voren komt;
- en niet in de laatste plaats: de omstandigheid dat de verdachte de bewezenverklaarde feiten heeft begaan vanuit de P.I. gedurende de periode dat hij was gedetineerd in verband met een eerdere veroordeling tot een lange gevangenisstraf voor soortgelijke feiten.
- de inhoud van het hem betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 25 juli 2016, waaruit blijkt dat hij voorafgaand aan het bewezen verklaarde vele keren eerder, waaronder tweemaal in verband met soortgelijke feiten is veroordeeld, laatstelijk op 15 december 2011 door de meervoudige kamer in de rechtbank ’s-Hertogenbosch tot een gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden;
- de inhoud van het hem betreffend voorlichtingsrapport van GGZ Bouman Advies Rotterdam, d.d. 19 augustus 2016, opgemaakt door mevr. [naam 2] , reclasseringswerker;
- de overige persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken, in het bijzonder de omstandigheid dat hij momenteel een baan zou hebben als chauffeur/besteller met vooruitzicht op een vast contract.