Uitspraak
Parketnummer: 20-002910-14
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
[voornaam verdachte] [achternaam verdachte] ,
- de verdachte ter zake van de onder 1., 2. en 3. ten laste gelegde feiten zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren met aftrek overeenkomstig artikel 27 van Pro het Wetboek van Strafrecht;
- de onder de verdachte in beslag genomen voorwerpen zal onttrekken aan het verkeer.
- bepleit dat de bewezenverklaring van het onder 1. ten laste gelegde feit zich niet verder kan uitstrekken dan de periode van 20 augustus 2012 tot 12 januari 2013;
- bepleit dat de verdachte van de onder 2. en 3. ten laste gelegde feiten zal worden vrijgesproken;
,sterk wijzen op betrokkenheid van de verdachte bij het feit, is het hof van oordeel dat het wettig bewijs ontbreekt om tot bewezenverklaring van het feit te komen.
- de ernst van het bewezenverklaarde in de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd;
- de omstandigheid dat de verdachte zich met anderen, in een georganiseerd crimineel verband, heeft schuldig gemaakt aan het gedurende langere tijd vanuit Polen naar Nederland invoeren van grote partijen chemicaliën die waren bestemd voor de productie van (precursoren van) synthetische drugs, zoals amfetamine en MD(M)A;
- de omstandigheid dat het bewezen verklaarde in verband staat met de (zeer) grootschalige productie van harddrugs, die eenmaal in handen van gebruikers, grote gevaren voor de gezondheid van die gebruikers opleveren;
- de omstandigheid dat de productie van synthetische drugs schadelijk is voor het milieu vanwege de wijze waarop chemische afvalstoffen van dergelijke productieprocessen vaak illegaal worden afgevoerd in het openbare riool, dan wel middels lozingen in openbare wateren of dumping in de openbare ruimte;
- de omstandigheid dat verdachte slechts heeft gehandeld met het oog op persoonlijk financieel gewin;
- de omstandigheid dat de internationale rechtsorde en de openbare orde door het bewezen verklaarde is geschonden;
- de belangrijke rol van de verdachte binnen de onderhavige criminele organisatie zoals die uit de bewijsmiddelen naar voren komt.
- de inhoud van het hem betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 25 juli 2016, waaruit blijkt dat hij voorafgaand aan het bewezen verklaarde enkele keren eerder, maar niet ter zake van soortgelijke feiten is veroordeeld;
- de inhoud van het hem betreffend voorlichtingsrapport van GGZ ERW Novadic-Kentron Eindhoven, d.d. 30 januari 2014, opgemaakt door mevr. [naam 2] , reclasseringswerker;
- de inhoud van het hem betreffend voorlichtingsrapport van GGZ ERW Novadic-Kentron Eindhoven, d.d. 11 februari 2014, opgemaakt door mevr. [naam 2] , reclasseringswerker;
- de overige persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken, in het bijzonder de omstandigheden dat hij woonachtig is bij zijn moeder, een vaste baan heeft bij het bedrijf van zijn moeder en een vriendin heeft met wie hij van plan is te gaan samenwonen.