Het gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft verdachte veroordeeld voor het plegen van ontucht met een zestienjarige prostituee die zich beschikbaar stelde voor seksuele handelingen tegen betaling. Verdachte had zich onvoldoende vergewist van de ware leeftijd van het slachtoffer en had niet gevraagd naar haar leeftijd, maar vertrouwde op de advertentie waarin zij meerderjarig werd genoemd.
De rechtbank had verdachte eerder veroordeeld tot vijf maanden gevangenisstraf waarvan drie voorwaardelijk, maar het hof vernietigde dit vonnis en legde een gevangenisstraf van één dag en een taakstraf van 210 uren op. Het hof oordeelde dat de combinatie van een korte onvoorwaardelijke gevangenisstraf met een taakstraf binnen het wettelijk kader valt, ondanks het taakstrafverbod in art. 22b Sr.
De verdediging had een beroep gedaan op afwezigheid van alle schuld (AVAS), maar het hof verwierp dit omdat verdachte onvoldoende zorgvuldigheid betrachtte. Er was geen bewijs dat verdachte bewust op zoek was naar een minderjarige prostituee of dwang had uitgeoefend. Bij de straftoemeting hield het hof rekening met de maatschappelijke functie van verdachte, zijn blanco strafblad, het feit dat hij verantwoordelijkheid nam door een schikking te treffen en de lage recidivekans.
De strafrechtelijke beoordeling was mede gebaseerd op de parlementaire geschiedenis van art. 22b Sr, waarin is bepaald dat bij ernstige zedenmisdrijven geen kale taakstraf kan worden opgelegd, maar wel een taakstraf gecombineerd met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Het hof formuleerde ook algemene kaders voor de beoordeling van soortgelijke zaken, zoals de vergewisplicht van prostituanten over de leeftijd van prostituees en de omstandigheden die strafverzwarend of strafverminderend kunnen zijn.
Het arrest is gewezen op 28 december 2016 door mr. W.E.C.A. Valkenburg, mr. P.M. Frielink en mr. H. Harmsen.