Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
2 [appellante 2] ,beiden wonende te [woonplaats] ,
5.Het verloop van de procedure
- de memorie van grieven;
- de memorie van antwoord.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Appellanten kochten in 2002 een woning die voorafgaand was gerenoveerd door Monumentenbeheer. Na levering ontstonden gebreken waarop herstelwerkzaamheden volgden in 2003-2006. In 2009 klaagden appellanten opnieuw over gebreken en in 2012 stelden zij Monumentenbeheer aansprakelijk voor herstelkosten.
De kantonrechter verklaarde de vordering verjaard op grond van artikel 7:23 lid 2 BW Pro, dat een verjaringstermijn van twee jaar hanteert na kennisgeving van gebreken. Het hof bevestigt dit oordeel en wijst het beroep af. Het hof oordeelt dat ook klachten over herstelwerkzaamheden onder deze verjaringstermijn vallen, en dat de algemene verjaringstermijn van vijf jaar niet van toepassing is.
Verder oordeelt het hof dat de procedure van buren met soortgelijke klachten geen stuiting van de verjaring oplevert voor appellanten, omdat het een zelfstandige rechtsvordering betrof. Ook het beroep op redelijkheid en billijkheid faalt, omdat de omstandigheden niet uitzonderlijk zijn. Het vonnis van de kantonrechter wordt bekrachtigd en appellanten worden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af en bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter wegens verjaring van de vordering.