Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Brova B.V.
Brova Retail Services B.V.
[intermode] -Intermode B.V.,
[HB] B.V.,
[mode] Mode B.V.,
1.Brova B.V.
Brova Retail Services B.V.
[intermode] -Intermode B.V.,
[HB] B.V.,
[mode] Mode B.V.,
1.Het verloop van de procedure
- voornoemde spoedappeldagvaarding, tevens bevattende de grieven, waarbij producties zijn overgelegd;
- de memorie van antwoord.
- voornoemde spoedappeldagvaarding, tevens bevattende de grieven, waarbij producties zijn overgelegd;
- de memorie van antwoord.
2. De gedingen in eerste aanleg (zaaknr./rolnr. C/01/304031 /KG ZA 16-36 en C/01/303225/KG ZA 16-6)
3.De gronden van het hoger beroep
4.De beoordeling in beide zaken
gericht tegen r.o. 4.2 tot en met 5.3” van dat vonnis. Onder “4. De beoordeling” beoordeelt de voorzieningenrechter in het vonnis van 22 januari 2016 in r.o. 4.1 de spoedeisendheid van de zaak en in de rechtsoverwegingen 4.2 tot en met de laatste r.o. 4.8 de vordering. Onder “5. De beslissing” worden in de nrs. 5.1 tot en met 5.3 de beslissingen gegeven. Dit betekent dat Brova c.s. in hun enige grief in feite hebben aangevoerd bezwaren te hebben de volledige beoordeling en het hele dictum. Daarmee hebben Brova c.s. niet voldaan aan de verplichting om duidelijke grieven voor te dragen die zijn gericht tegen bepaalde oordelen uit het bestreden vonnis. Hiermee is niet zonder meer duidelijk welke specifieke bezwaren Brova c.s. hebben en waartegen die bezwaren zich precies richten.