Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- [appellant] , bijgestaan door mr. van der Knijff;
- Mr. [bewindvoerder] , bewindvoerder.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Appellant was onderworpen aan een schuldsaneringsregeling die tussentijds door de rechtbank werd beëindigd wegens het niet nakomen van informatie- en afdrachtverplichtingen. Appellant stelde zich in hoger beroep tegen deze beslissing, maar diende het beroepschrift te laat in.
Het hof oordeelde dat appellant op de hoogte was van de uitspraakdatum en dat de overschrijding van de appeltermijn niet verschoonbaar was. De griffie had het vonnis tijdig toegezonden en appellant had voldoende gelegenheid gehad om tijdig hoger beroep in te stellen.
Inhoudelijk zou het hof de tussentijdse beëindiging hebben bevestigd, omdat appellant belangrijke verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling had verzaakt, zoals het niet informeren van de bewindvoerder over het niet verlengen van zijn arbeidscontract en medische omstandigheden, wat leidde tot een boedelachterstand van €3.356.
Het ontbreken van een concreet plan om deze achterstand in te lopen en onvoldoende onderbouwing van het voorstel tot aflossing versterkten het oordeel dat verlenging van de regeling niet opportuun was. Het hof verklaarde appellant daarom niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Uitkomst: Appellant is niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens overschrijding van de appeltermijn en de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling blijft van kracht.