Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/02/283211/HA ZA 14-431)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven met producties;
- de memorie van antwoord, tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep met producties en eiswijziging;
- de memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep met producties.
3.De beoordeling
‘(…) VVE [Complex] is bereid deze tussenschotten weg te halen. Indien u hiermee akkoord gaat verzoeken wij u dit vier weken na dagtekening aan ons kenbaar te maken. Indien u nieuwe schotten wilt plaatsen verzoeken wij u hier vooraf met het bestuur van de VVE [Complex] contact op te nemen.’
- primair:om binnen dertig dagen na het te wijzen vonnis de volledige overbouw zoals aangeven in de inleidende dagvaarding onder punt 8 te verwijderen en verwijderd te houden en om de beschadigingen aan de zijgevel van het appartementencomplex te herstellen, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,- per dag of gedeelte daarvan dat [appellante] hiermee in gebreke blijft,
De vordering om aan de veroordelingen een dwangsom te verbinden heeft de rechtbank afgewezen op grond van de overweging dat geen grond is gebleken om te veronderstellen dat [appellante] niet aan het vonnis zal voldoen.
De VvE concludeert [naar het hof begrijpt en ook [appellante] heeft begrepen] tot bekrachtiging van het vonnis waarvan beroep, behoudens voor zover daarin de primaire vordering om aan de uit te spreken veroordelingen een dwangsom te verbinden is afgewezen, met veroordeling van [appellante] in de proceskosten in hoger beroep.
Waar het betreft de genoemde afwijzing vordert de VvE thans, onder vermeerdering van eis, dat aan de uitgesproken veroordelingen een dwangsom wordt verbonden van € 1.000,- per dag of gedeelte daarvan dat [appellante] in gebreke blijft om aan de veroordelingen te voldoen.
Dit betekent dat het hof tot uitgangspunt dient te nemen:
artikel 3:13 lid 3 BW Pro, geen sprake zijn van misbruik van bevoegdheid.
Nadat de overbouw is weggenomen kan [appellante] de zuidkant van haar dakterras voorzien van een balustrade, zoals zij dat ook aan de andere kanten heeft gedaan, aldus de VvE.
heeft nog gesteld dat zij in het verleden bereid is geweest om een redelijke prijs te betalen voor het hebben van de overbouw. Onduidelijk is of [appellante] deze bereidheid nog steeds heeft en of zij hierin een argument ziet om te concluderen dat de VvE de overbouw alsnog moet dulden. Het hof laat dit verder in het midden, nu uit het gestelde in haar memorie van antwoord in incidenteel appel (over de mogelijkheid om alsnog een schikking te bereiken) volgt dat [appellante] denkt aan niet meer dan een symbolische vergoeding, die als zodanig weinig gewicht in de schaal vermag te leggen.
3.5.11. Ten aanzien van de belangen aan de zijde van de VvE volstaat [appellante] met enkele relativerende opmerkingen (zie r.o. 3.5.4. onder (1)-(3)). [appellante] doet daarmee geen recht aan de belangen waarvoor de VvE opkomt. Uit hoofde van haar taak ligt het immers voor de hand dat de VvE bedacht is op - en grote waarde hecht aan - het openhouden van opties (om deugdelijk onderhoud te kunnen plegen e.d.) en het vermijden van risico’s (van (verdere) schade, aansprakelijkheid, wateroverlast e.d.).
4.De beslissing
€ 1.000,- per dag of gedeelte daarvan dat [appellante] , na ommekomst van een termijn van
60 dagen na betekening van dit arrest, in gebreke blijft om aan deze veroordelingen te voldoen, met een maximum van € 30.000,-;